Oogstdag Tiengemeten

kphw_oogstfeest2014klein

Wie van de natuur, boeren nostalgie en streekproducten houdt kan op Zaterdag 6 September 2014 zijn hart ophalen aan de Oogstdag te Tiengemeten. Deze dag wordt georganiseerd door het Landbouwmuseum Tiengemeten en omvat een geweldig boeiend programma. Je kunt zelf de aardappel, en graanoogst meebeleven zoals die vroeger plaats vond en genieten van alle bezienswaardigheden in en om het Landbouwmuseum. Voor elke liefhebber van boeren gedoe is dit een echte aanrader. Hieronder een korte filmimpressie van de oogstdag van 2013.

Insecten hotels maken

insecten-hotel-maken met pallets
Insectenhotel maken van pallets

 

DSC_0208
Willem van Gastel

door: Willem van Gastel – Aardenhoek 1

 
Je ziet ze steeds meer. In alle formaten rukken ze op in zowel particuliere tuinen, als wel in professionele tuindersbedrijven en, gelukkig ook steeds meer ook in onze moestuinen.

 
Misschien is een beetje uitleg over het “ ïnsectenhotel” geen overbodige luxe. De meeste mensen denken bij het woord insect aan die vervelende mug die je uit je slaap houd of die klote rups die al je kolen op zit te vreten. Dat klopt nog ook! Maar heel veel insecten hebben gelukkig ook nog een andere functie.

 
Solitaire bijen (dat zijn er vlgs. mij die niet in een zwerm leven), zijn uitermate belangrijk bij het bestuiven van onze vruchtgewassen en bloemen. In dat opzicht zijn ze onontbeerlijk in het uitoefenen van onze hobby. Bijkomend voordeel is dat hun nageslacht zich voornamelijk voed met bladluizen. Juist ja, die beestjes die we kunnen missen als kiespijn. Deze bijen nestelen zich graag in holle bamboe en andere smalle ingangetjes.

 
Gaasvliegen voeden zich voornamelijk met luizen en zijn een goede partner voor iedere tuinier. De gaasvlieg sterft steeds meer uit door het ontbreken van voldoende overwinterings- en schuilmogelijkheden, dus moeten we de natuur weer proberen te herstellen. Gaasvliegen nestelen zich graag in afgesloten ruimtes waarin natuurlijke stro, bladafval, karton, etc. hen voldoende schuilmogelijkheden geeft.

 
Lieveheerbeestjes zijn niet alleen maar leuk om te zien. Deze zo op het oog “lieve” beestjes zijn de natuurlijke vijand van bladluis en spintmijt. Laten dat nu net de beestjes zijn waar wij als tuinier niet zo blij van worden! Het in stand houden van de soort is dus uitermate belangrijk. Een goede beschutte plaats met wat oud bladafval helpt de beestjes de winter door.

 
Vlinders zijn niet alleen mooi om te zien maar zij spelen een grote rol in het bestuiven van onze bloemen en planten. Door het steeds meer oprukken van de verstedelijking en het schaarser worden van de natuur, worden al veel vlindersoorten met uitsterven bedreigt. Dat is jammer, want buiten dat een vlinder mooi is om te zien is de aanwezigheid ook een signaal dat de omgeving waar de vlinder zich bevind een teken is dat de natuur ter plaatse goed is. Een vlinder overwinterd het liefst op een beschut plekje waar wat takjes aanwezig zijn waar hij aan kan gaan hangen. Dat houd hij als het nodig is wel 4 maanden vol!

 
De oorworm is ook weer zo’n beestje waar wij van nature niet zo veel mee hebben. Je voelt als het ware dat beestje zo je oor in kruipen. Niets is minder waar! De oorworm is een van de beste bestrijders tegen bladluis. In de hele biotoop is dit beestje misschien wel het meest onderschatte insect wat wij kennen. Een beschutte plek met bij voorkeur stro gevuld, zorgt er voor dat de oorworm voldoende overwinteringskansen krijgt.

Groot insectenhotel op complex
Groot insectenhotel op complex

Je hoeft niet bang te zijn dat door (over)bescherming van deze insecten wij er last van zouden kunnen ondervinden. De natuur zal altijd zijn gang gaan. Als er geen of onvoldoende voedsel in onze tuin voor hen is, verorberen ze gewoon elkaar!

Deze afbeelding geeft een indicatie van een compleet hotel
Deze afbeelding geeft een indicatie van een compleet hotel

Hoe kun je nu op een simpele manier de natuur proberen te herstellen? Juist, door het plaatsen van een insectenhotel! Dat hotel mag ook een simpel kamertje, schuurtje, boomhutje of wat dan ook zijn, als er maar voldoende schuilmogelijkheden aanwezig zijn.

Vraag me niet waarom vlinders een verticale opening op prijs stellen en bv. de groene gaasvlieg een horizontale en bij voorkeur roodgekleurde opening prefereren want daar ben ik nog niet aan uit.
Wat je ziet is een ruimte gevuld met bamboestukjes, riet, opening met gaten van diverse afmeting waarvan de ruimte is gevuld met droge bladeren, stro, of iets anders, een kamer met rode afdichting en horizontale sleuven, een vlinderkamer gevuld met twijgen en een dichte ruimte gevuld met tarwestro of een soortgelijk product. Vul een vak met dennenappels en de oorwormen zullen daar graag gebruik van maken. Na verloop van tijd zal je zien dat de kamers allemaal druk bewoond worden. Als de holle bamboe plotseling dicht gemetseld lijkt is dat een teken dat er nieuw leven in dat stukje hotel aan zit te komen. Niet open maken want dat doen onze vriendjes zelf.

 
huisjesJe hoeft natuurlijk niet gelijk een heel hotel in je tuin te plaatsen. Mogelijkheden zijn er genoeg om je bv. op 1 soort insecten te richten. Zie het voorbeeld hiernaast.

 
Je kunt dit soort kastjes kant en klaar kopen, maar met een paar plankjes en wat inzet kom je ook een heel eind. Zeg nu zelf, wat is er mooier dan van wat oude rommel een ding in elkaar zetten waar je nog jaren van geniet en…..je helpt jezelf en de natuur ook nog eens een handje!

 
Heb je je eigen hotel gebouwd? Denk dan aan het volgende.. Zoek een zonnige plaats op het zuiden, een beetje beschut. Plaats het hotel minimaal 50 cm. boven de grond, liever nog wat hoger. Maak je hotel van natuurlijke materialen en gebruik liever geen behandeld hout. Dek de ruimtes gevuld met dennenappels en stro af met stevig gaas. Vul een ruimte met de stengels van bv. bessen of bramenstengels, de bijen wespen zullen je dankbaar zijn.

 
fotoVan wat restanten van plankjes en wat bij elkaar geraapte materialen heb ik mijn eigen insectenhotel inmiddels gemaakt en geplaatst. Wat tonkinstokken in stukjes gezaagd (zorg voor een open en een dichte zijde), een vak met dennenappels gevuld, een paar triplex plaatjes voorzien van sleuven, een ventilatieroostertje rood gelakt, een stuk steen en wat ronde en vierkante stukken hout. Boortjes van 2, 4, 6 en 8 mm. en gaatjes boren maar. Gebruik de hele lengte van de boor maar zorg dat de achterkant van de gang dicht blijft. Boor het liefst een beetje schuin naar boven dat voorkomt dat regenwater in de gangetjes loopt. In de vlinderruimte heb ik wat dorre takken geplaatst. Hier kunnen de vlinders aan gaan hangen. De ruimte met verticale sleuven zal voornamelijk “geboekt” worden door gaasvliegen en lieveheersbeestjes. In deze ruimte heb ik wat droge bladeren, stukjes schors en droge stukjes tak van een bramenstruik geplaatst. In feite kun je al je creativiteit in je eigen insectenhotel kwijt. Onderhoud is niet nodig of de vogels moeten dusdanig huis hebben gehouden in je voorraad riet, stro of dennenappels dat deze aangevuld moeten worden. Tijdens een gezonde boswandeling heb je een tas vol met vervangmaterialen. Toch even een waarschuwing. Spinnen leven voornamelijk van insecten. Al snel zullen ze dus in de gaten hebben waar hun maaltijd zich het liefst op houd en hun web voor de toegang tot het hotel spinnen. Regelmatig het web verwijderen is dus raadzaam.

 
Het resultaat mag je komen bekijken op nummer 650 in het complex Aardenhoek 1, maar ik denk dat de foto voor zichzelf spreekt. Dit hotel is ongeveer 50 cm. breed en 80 cm. hoog. De diepte is 15 cm. Links zie je onder een afdakje een aardewerk potje, gevuld met stro hangen. De oorwormen maken er graag gebruik van.

 
Laten we met z’n allen de natuur een handje helpen en creëer je eigen hotel. Op die manier helpen we onszelf namelijk ook!

 
Misschien moeten we ook eens nadenken om bv. op ieder complex een groot insectenhotel te plaatsen. Er zijn voorbeelden genoeg en ik weet zeker dat er zat tuiniers zijn met goede ideeën. (een stapel oude pallets vullen met allerlei materialen). Een leuke, zonnige en beschutte plaats zal zeker te vinden zijn.

Aardbeienboek

Lambada_Jan

Voor wie echt alles over aardbeien wil weten is er nu interessant nieuws. Jan Robben (ja, die van de aardbeienacademie) heeft een boek geschreven over zijn grote passie. Het aardbeienboek. De werkelijke titel houdt hij nog even geheim. Wie zo’n boek alvast wil bestellen kan intekenen op de intekenlijst.

Wie meer over de aardbeienacademie wil weten kan even een kijkje nemen op de site van Jan Robben. www.aardbeienacademie.nl

Overigens zijn er ook tal van soorten en rassen aardbeienplanten te koop in de campuswinkel. Je moet daarvoor wel naar Oirschot of bestellen via internet.

Aardbeien uitplanten

DCIM102GOPRO
Op complex IJpelaar hebben we de luxe dat een medetuinder (Herman van Dam) voor ons aardbeienplanten heeft besteld bij kwekerij Van den Wijngaart en die voor ons heeft afgehaald.

 

DCIM102GOPRO
25 planten voor 5 Euro. Meteen uitgeplant op een nieuw aardbeienbed.
DCIM102GOPRO
Nieuwe aardbeienplanten kun je het beste in de maand Augustus uitplanten

De maand Augustus is de maand waarin je het beste nieuwe aardbeienplanten uit kunt gaan planten. De reden hiervoor is dat eind Juli de aardbeienplant is uitgebloeid. Dat is het moment waarop je de jonge planten uit kunt gaan zetten in een nieuw bed. Ze krijgen dan nog tot November de kans om wat uit te groeien waarna de sapstroom stopt en de plant als het ware in winterslaap gaat.
Professionele telers willen de planten nogal eens eind Juli uitplanten om een zo fors mogelijke plant te krijgen in het voorjaar. Elke week die de plant op het nieuwe bed kan groeien is meegenomen, maar in de regel dien je vóór 6 Augustus je planten in het nieuwe bed te zetten voor een optimale (laatste) groei. In alle andere gevallen krijg je een matige groei en een schrale, armoedige, oogst van kleine aardbeien.
Jonge planten kun je het beste bij een professionele teler halen. Niet alleen voor de prijs maar ook omdat deze teelt bedoeld is voor de (semi) professionele teler. Op ons tuincomplex (IJpelaar) heeft een van mijn medetuinders al heel vroeg planten gehaald en kan ik dankbaar gebruik maken van dat gemak. Maar voor wie die luxe niet heeft is het aan te raden om nu naar de teler te gaan om planten aan te schaffen.

vermveld1
Kwekerij Van den Wijngaart in Ulvenhout

Je kunt hiervoor (o.a.) terecht bij Van den Wijngaart Strijbeekseweg 21 4851 SK Ulvenhout. tel. 076.5600628

Maar als er leden zijn met meer tips en adressen dan nodigen we je van harte uit om op dit artikel te reageren met de reactie knop bovenaan dit artikel.

Voor tips en trucs bij de teelt van aardbeien kun je hier terecht.

Oproep aan de leden van de BAT

Hierbij nodig ik de leden van BAT uit om hun kennis en enthousiasme voor moestuinieren door te geven aan kinderen.

Vijf basisscholen in Breda –Noord willen hun leerlingen graag activiteiten aanbieden als aanvulling op het schoolprogramma. Daarvoor is door Surplus Welzijn in samenwerking met ‘groene organisaties’ ( NatuurWijs- Buurttuin Hoge Vucht – IVN Mark & Donge – Kinderboerderij Parkhoeve en Amarant) een concept ontwikkeld.

Surplus Welzijn zoekt vrijwilligers die als natuurscouts binnen dit concept natuur- activiteiten willen uitwerken en uitvoeren met kinderen. Een natuurscout helpt kinderen te ontdekken of zij gevoel (talent) hebben voor natuur.

Het concept bestaat uit 3 verschillende programma’s:
Broer Konijn ( kinderboerderij) voor groep 4
Wonderbonen (moestuin) voor groep 5
Natuur avontuur (natuur) voor groep 6

Elk programma start met een excursie onder schooltijd. Daarna kunnen de kinderen deelnemen aan een serie van vier naschoolse activiteiten en vervolgens lid worden van een club. In de club doen de kinderen maandelijks een activiteit waarmee ze hun talent verder kunnen ontwikkelen.

Interesse? Meld je aan bij anne.jong@surpluswelzijn.nl voor de informatiebijeenkomst op 27 augustus 2014 van 19.30 tot 21.00 uur op de Parkhoeve in Breda-Noord. Na je aanmelding ontvang je uitgebreide informatie en een intakeformulier.

Het wonder van lavameel

Het SEER is een Schots project die het gebruik van gesteentemeel – rock dust – actief promoot.

rock-dust

Gesteentemeel, in dit geval ‘Rock-dust’, maar er zijn vele soorten gesteentemeel in de handel te verkrijgen waarmee de bodem van je tuin verbeterd kan worden.

Bodem verbetering

Bread-from-Stones-Julius-Hensel
Julius Hensel

Breng Uw Bodemvruchtbaarheid Terug Op Niveau
Een groot probleem met de hedendaagse gronden is een tekort aan mineralen. Door jarenlange eenzijdige NPK-bemesting, door enkel groenten te oogsten en te weinig terug te geven, is de bodem leeggehaald.
Het resultaat is niet direct zichtbaar omdat de groei van de planten nog goed is. Dit komt omdat de meeste mineralen bij planten geen levensbelangrijke functie vervullen. Via bemesting worden de belangrijkste groeistoffen – stikstof, fosfor, kalium, magnesium, calcium en zwavel – aangeleverd. Hierdoor lijkt het alsof onze planten alles krijgen wat ze nodig hebben.
Het zijn dieren – en dus ook mensen – die de overige 90+ sporenelementen wel nodig hebben. Uit onderzoek is gebleken dat het mineraalgehalte van ons hedendaags voedsel met gemiddeld 60% gedaald is ten opzichte van de jaren ’60. Het is trouwens voornamelijk na WO II, na de opkomst van kunstmeststoffen, dat het mineraalgehalte dramatisch gedaald is.
Maar ook hiervoor maakte men zich al zorgen over het dalende aandeel van mineralen in de bodem. Een uitstekend, vooruitstrevend boek uit 1894 van Julius Hensel – Bread from Stones (1894) – legt het nut uit van bemesting met gesteentemeel. In het begin van vorige eeuw werd er nog redelijk veel met gesteentemeel bemest, eens de kunstmeststoffen doorbraken was dit volledig gedaan.
Er zijn nochtans veel voordelen verbonden aan gesteentemeel. Na een bemesting met gesteentemeel is er een verhoogd aantal mineralen in de bodem. Hierdoor heeft de plant gemakkelijk toegang tot essentiële sporenelementen die niet gebruikt worden voor de groei, maar voor verdedigingsmechanismen, gezondere groei en betere fotosynthese.
Uit onderzoek is gebleken dat gronden die niet gespit worden en bemest worden met gesteentemeel tot 80% minder last hadden van ziektes en plagen. Dit wordt bereikt omdat de planten gezonder zijn en natuurlijker groeien door de combinatie van voldoende voedingsstoffen, betere grondstructuur en beter bodemleven.

Eifelgold is het beroemde lavameel uit de Eifel dat in grotere verpakkingen in de handel verkrijgbaar is. Hier een zak van 20 kilo.
Eifelgold is het beroemde lavameel uit de Eifel dat in grotere verpakkingen in de handel verkrijgbaar is. Hier een zak van 20 kilo.

Steenmeel wordt geproduceerd in groeves en kan zowel het hoofdproduct als een restproduct van bijvoorbeeld natuursteen vormen. Een bekend productiegebied van steenmeel is het Harzgebergte in Centraal-Duitsland.
Bij toepassing in het Schotse plaatsje Blairgowrie werden landbouwproducten geoogst die veel groter waren dan normaal. Uien ter grootte van een voetbal en aardbeien zo groot als appels wekten de interesse van wetenschappers.
In 1908 verscheen het boek Clean Culture – A New Soil Science van Sampson Morgan, een tuinbouwer die op dat moment al veertig jaar aan het experimenteren was met rotsmeel.
Morgan won in die tijd overal tuinbouwwedstrijden met zijn recordoogsten van ziekteresistente groenten en fruit. Morgan geloofde net als de Duitse bio-chemicus Dr. Julius Hensel, dat alle planten de stikstof uit de lucht opnemen en dat er in de bodem alleen voldoende lucht, mineralen, organische stof en vocht nodig zijn om gezonde gewassen te kweken.

En natuurlijk heeft onze vertrouwde leverancier ook gesteentemeel in het assortiment. In het bovenstaande filmpje zie je tevens nog tal van andere toepassingen van gesteentemeel en in dat filmpje zie je ook hoe je dat meel kunt verstuiven met een (goe-poeier) verstuiver.

gv_2011_11_nl
De poederverstuiver van DCM

Gereedmaken van perken
Gedurende het hele groeiseizoen hebben planten toevoer van voedingsstoffen nodig. Door lavameel toe te voegen, wordt de humusvorming bevordert wat leidt tot een versterkte vitaliteit en evenwichtigere gezondheid van bodem en planten. Gezonde grond, bevat een grote hoeveelheid essentiële voedingsstoffen, maar die zitten ‘vast’ in chemische verbindingen die moeilijk toegankelijk zijn voor de planten.
Door tijdens het groeiseizoen eenmalig lavameel toe te voegen creëert u een ideale voedingsbodem voor effectieve micro-organismen die voor de ontleding van dergelijke verbindingen zorg dragen.

Composthoop
Als compostversneller dient de composthoop met 10 kg. lavameel per m3 behandeld te worden. De composthoop dient vochtig te zijn, maar niet ál te nat. Te nat bevordert namelijk rotting, waardoor de compost gaat stinken. In té droge compost leeft bijna niets meer, daarin ontstaat ook geen kruimelige aarde.
Compost is een meststof die ontstaat d.m.v. een rottingsproces van allerlei organische afvalstoffen: uit de keuken (aardappelschillen, groentebladeren) de tuin (grond, bladeren, gras) die zonder meer op mekaar kunnen worden gedeponeerd. Af en toe wat snoeitakken erbij houdt het geheel luchtig, zodat de massa niet op een verkeerde manier gaat gisten en dus gaat stinken.
Men kan een composthoek in de tuin maken, maar ook een kant en klaarbak kopen. Tijdens een hete zomer kan het nodig zijn om af en toe wat vocht toe te voegen. Dit is noodzakelijk voor het fermenteren (zie onderaan deze pagina). Gooi nooit zaaddragend onkruid op de composthoop, hiermee helpt u alleen maar de kwaal te verspreiden.
Onze bodems verarmen meer en meer aan belangrijke mineralen. Door jarenlang gewassen te verbouwen en te oogsten, beginnen belangrijke voedingsstoffen te ontbreken. Minerale stoffen worden keer op keer aan de bodem onttrokken en worden niet meer aangevuld. In de moes- en siertuin: 20 kg. lavameel per 80 m². Daarnaast kan lavameel ook goed worden ingezet als beschermlaag tegen slakken.
Door het gebruik van lavameel kan men de volgende resultaten bereiken:

• Vitaminerijke groente met een veel langere houdbaarheid en intensere smaak.
• Verhoging van de opbrengst.
• Veelal is de groente eerder volgroeid en zodoende vervroegt de oogst.
• Betere weerstand tegen ziekten en plagen.
• Een rijk wortelgestel.
Het kan ondermeer worden toegepast in:
• De moes- en siertuin: 20 kg. per 60/80 m²
• Het gazon: 20 kg. per are
• De composthoop: 10 kg. per m3
• De veeteelt (paarden/kippen/koeien) en huisdieren.
• De bomenteelt (uitstekende bomenzand): 5 tot 10 kg. per boom
• De fruitteelt: 20 kg. per 50 m²
• Akkerbouwland: 800 – 1000 kg. per ha
• Kamerplanten: 1 eetlepel per pot
• Rozen en heesters: 0.5 kg. per plant
• Stallen: 250 gram per m²

Nieuwe site

Site 008

Om tal van redenen hebben we sinds Juli 2014 een nieuwe site (lees alles hierover op ‘Deze Site‘). Het zal voor menigeen even wennen zijn maar je zal zien dat je straks, als alles weer gewend, en vertrouwd is, blij bent dat we deze stap gezet hebben. Het zal beter, sneller en overzichtelijker gaan werken dan de vorige site en we gaan nu meer met elkaar communiceren.

DCIM102GOPRO
Voorbereidingen voor een heerlijke maaltijd op de tuin

We gaan wat vaker bij elkaar op de tuin kijken wat we aan het doen zijn en elkaar inspireren om nog meer uit onze hobby/passie te halen dan we tot nu toe gedaan hebben. Zoals koken en eten op de tuin bijvoorbeeld.

eten 2
Vlierbloesem champagne

Lekker met elkaar genieten van je eigen gemaakte gerechten en brouwsels die je gemaakt hebt van je eigen tuinproducten. We hebben er al eens eerder over gepubliceerd maar nu kun je direct op dit bericht reageren, je vragen stellen en vertellen wat jij op je tuin aan het doen bent. Zo leer je van elkaar en maken we samen het leven op de tuin inspirerend en intensiever.

Je kunt ook commentaar leveren op  artikelen die op onze site verschenen zijn en nog gaan verschijnen. Met name de artikelen over tuinieren kunnen we met elkaar verbeteren en aanvullen. Onze site mag een bron worden voor elke tuinder. En als je zelf een stukje wil schrijven over, bijvoorbeeld, de teelt van een bepaald gewas of over een nog betere methode van bemesten, dan nodigen we je uit om dat vooral te gaan doen want zo krijgen we een bron van informatie die voor iedereen van waarde zal worden. Maar ook als je iets leuks op de tuin hebt meegemaakt  wat je graag met je medetuinders deelt kun je je richten tot de site-beheerder om je foto’s, films en tekst op de site te krijgen.

Een goed voorbeeld daarvan kwam van Cees van Hengstrum (Plaswijk). Hij trof een muis aan in zijn compostbak en maakte daar een prachtig filmpje van. Dit zijn erg leuke dingen om met elkaar te delen en je zal zien dat het je geen enkele moeite zal kosten om iets wat jij leuk vindt of beleefd hebt op de site te krijgen.

Een ander voorbeeld kwam van mijn voormalige medetuinders van Overkroeten (ik heb afscheid moeten nemen om dichter bij huis verder te gaan tuinieren). Eten op de tuin.

Saté grillen op een heel simpele maar doeltreffende gril
Saté grillen op een heel simpele maar doeltreffende gril
10473955_717981764932706_1408281708_o
De raket stoof. Hij brandt op kleine houtjes en alles wat je hierop kookt is bijzonder snel gaar.

De foto’s die je hier ziet zijn even geleden gemaakt op complex Overkroeten. We hadden de raket stoof (Rocket stove) weer in stelling gebracht en van te voren het een en ander thuis klaar gemaakt, zoals rijst (wil niet groeien op onze tuinen) en vlees. De rest kwam van onze eigen tuinen. Een spitskooltje, wat peentjes, ui, knoflook, prei, een paar vroege pepertjes en natuurlijk eigengemaakte vlierbloesem champagne.

Dan ben je zo een hele avond zoet op de tuin. Er wordt niet gewerkt maar vooral genoten, gegeten en heel wat afgekletst. De tijd vliegt en voor je het weet begint het al weer donker te worden. Dan heeft ineens iedereen haast want alles moet nog opgeruimd en afgewassen worden. Er wordt water gekookt op de raket stoof en met vele handen is alles zo weer schoon en opgeruimd. Dan drinken we nog één glaasje ter afscheid en realiseren we ons dat niemand meer zin heeft om op vakantie te gaan als je zo dicht bij huis zo intens kan genieten van je eigen omgeving. De tuin is meer dan alleen maar een plek om je groente te telen en wat te genieten van wat er om je heen groeit en bloeit. We praten nog even na over de nieuwe site en hoe we die zo toegankelijk mogelijk kunnen maken. Vooral voor nieuwe leden die niet of nauwelijks ervaring hebben met tuinieren en niet weten hoe het er op zo’n tuincomplex aan toe gaat. Ik ga ervoor. Ik weet hoeveel werk het is om een site helemaal opnieuw op te zetten maar met zo’n avondje genieten op de tuin weet ik waar ik het voor doe en hoop ik er maar op dat ik iets op het Net weet te zetten waar iedereen plezier van zal hebben.

Spitten

Toon spitten
Toon Mol (Overkroeten) in actie op zijn tuin.

Spitten is iets wat we al vele eeuwen doen. Meer dan een schep, een paar spierballen en een gezonde rug heb je er niet voor nodig. Het is zwaar werk maar het is verreweg de makkelijkste en beste manier om op een volkstuin de grond te bewerken. Spitten is nodig om intensive teelt mogelijk te maken. Al 10.000 jaar werken we de grond om voor een beter teeltresultaat. Maar de laatste jaren is er een discussie ontstaan over het nut van spitten en mogelijkheden met een vrij jonge vorm van teelt volgens de perma cultuur Zie ook de documentaire ‘Farm for the future’.
De meningen hierover lopen sterk uiteen. Met name de wat oudere tuinders zweren bij spitten. De jongere generatie lijkt meer te twijfelen en op onderzoek uit te willen gaan om ook de mogelijkheden van perma cultuur uit te testen. Op onze tuincomplexen wordt hier momenteel een levendige discussie over gevoerd tussen voor,- en tegenstanders. Die discussie gaan we hier niet voeren. We beperken ons tot een goede uitleg over een heel oude traditie in de moestuin die nog steeds veelvuldig wordt toegepast.

308.14L-1
De hak zoals we die vandaag de dag nog steeds kunnen kopen

Spitten is een heel oud begrip. De vroege boeren ontdekten dat het mogelijk was om zelf gewassen te telen door de grond los te maken met gereedschap. Ze gebruikten daarvoor speciaal gevormde boomtakken en rendieren geweien waarmee ze de grond los trokken. Hieruit ontstond, in de IJzertijd, gereedschap zoals de hak. De hak had al een beetje de vorm van een schep maar dan stond het blad haaks op de steel. Uit dit gereedschap ontstonden vele varianten zoals de ploeg en de schep. Vaak werden deze gereedschappen naast elkaar gebruikt door de boeren om hun grond zo los mogelijk te krijgen.

Hak_en_ploeg
Een voorbeeld van samengebruik van ploeg en handgereedschap om de grond zo los mogelijk te krijgen.

Het los maken van de grond gaf de boer de mogelijkheid om meststoffen, compost en humus in de grond te werken waardoor zeer vruchtbare grond verkregen werd waar vrijwel alles op wilde groeien. Zo kon hij gecontroleerd telen en zelfs gericht per gewassoort gaan bemesten. Dit doen we nu al 10.000 jaar. Echter de laatste decennia doen boeren dit op een zodanig industriële schaal, en bemesten ze de grond met chemische stoffen die de natuurlijke plantenvoeding moet vervangen, dat je je af kunt vragen of we ons zelf (en de aarde) niet aan het vernietigen zijn. Gelukkig begint dit besef al goed door te dringen en is dat besef er de reden van waarom mensen zich de laatste jaren zorgen zijn gaan maken over deze afstandelijke voedselcultuur. Het gevolg daarvan is dat steeds meer mensen een eigen tuin willen en dat wij nu wachtlijsten moeten hanteren op onze complexen.

Voor het spitten op de volkstuin kun je verschillende schoppen, spades en batsen gebruiken maar één schep springt overal bovenuit. Dat is de spade van Spear & Jackson die je op alle volkstuinen tegen komt.

0001Me
De veelal geprezen spade van Spear & Jackson

Het is zeer degelijk Brits gereedschap dat tegen een stootje kan en omdat je op een volkstuin enorm veel gebruik maakt van een dergelijk stuk gereedschap mag dat ook best iets meer kosten dan een schep van een tientje uit de voordeelbak van een bouwmarkt.

Zoals gezegd is spitten zwaar werk. Maar het is ook gezond. Mits je natuurlijk over een goede rug beschikt. Spitten wordt gezien als ‘tuinders fitness’ en wie snel buikvet kwijt wil raken kunnen we geen betere therapie voorschrijven. De eerste vraag die bij menigeen op zal komen zetten is waarom we eigenlijk spitten. Het antwoord is simpel. We spitten om een leeflaag te krijgen die zo goed verzadigd is van meststoffen, luchtigheid en humus dat de grond niet alleen uitstekend geroerd is voor een nieuw groei seizoen maar ook goed water op kan nemen en vast kan houden. Alles bevorderd de groei van je gewassen en zorgt ervoor dat de leeflaag ook echt leeft.
Het wemelt er van de kleine beestjes die hun werk in die laag voortzetten. Verteren en omzetten van grondstoffen die de planten nodig hebben. Insecten, bacteriën en schimmels zorgen ervoor dat de grond ‘leeft’ en ‘geroerd’ blijft waardoor planten beter kunnen groeien. Zonder te spitten wordt de grond erg vast en zal het leven erin afnemen. Alleen gewassen die juist die vaste grond nodig hebben, zoals granen, kunnen daar uitstekend in gedijen. Alle andere groente, die juist geroerde grond nodig hebben, niet, of nauwelijks. Wat er nog in wil groeien levert kleine, schrale, vruchten op die nauwelijks de moeite waard zijn om te oogsten.
Geroerde grond neemt ook makkelijker voedingsstoffen op dan vaste grond en houdt deze ook beter vast. Het uitspoelingsproces, veroorzaakt door regenval, verloopt trager dan op vaste grond die vaak te dicht is om voedingsstoffen goed op te kunnen nemen. Dus hoe losser de grond, hoe beter voor de meeste groente gewassen. Zonder elk jaar te spitten en meststoffen toe te voegen zal de grond vaster worden en op den duur verzanden en verschralen. Lees meer over bemesten in het artikel over bemesten op deze site.

6d4139f3-c906-4258-a297-c45e8ae6c8ef
Even een hele akker omspitten.

In vroeger tijd werd er ook gespit op akkers. Probeer je eens voor te stellen hoe dat was. Op het fotootje kun je zien hoe dat ging. Landarbeiders werkten zich een breuk om zo’n stuk grond met de schep om te spitten en waren hier soms weken mee bezig. Dan is een volkstuin van zo’n 150 tot 200 M2 maar een schijntje en begrijp je meteen waarom een boer blij is met een paard of een tractor.

 

DCIM100MEDIA
Een tuinfrees. In dit geval de beroemde Agria 1600 Z. Het meest populaire freesje van de volkstuinder

Maar voor de volkstuin is spitten nog steeds het beste alternatief. Je kunt ook gebruik maken van een tuinfrees, maar dan vermaal je de grond zodanig dat elke pier en duizendpoot die erin zit eveneens vermalen wordt en die heb je nu eenmaal heel hard nodig. Met spitten sneuvelen er ook altijd wel en paar maar de meeste blijven gewoon in leven.

resolve

Er zijn verschillende manieren van spitten. We behandelen de twee meest voorkomende. Het ‘keren’, of ‘omleggen’, en het ‘tassen’. De laatst genoemde methode is de meest intensieve maar ook meest succesvolle wijze van spitten op een volkstuin. De eerst genoemde methode is vooral snel uit te voeren en wordt verreweg het meest toegepast. Maar beide methodes komen ongeveer op het zelfde neer en dat is dat je de grond keert om deze los te maken, mest in te werken en om het bodemleven weer op gang te krijgen. Wat bovenop ligt komt onderop te liggen en tekens verleg je een voor zodat de grond niet op de zelfde plek terug komt. Op onderstaande tekeningen is te zien hoe dat werkt.

keren of omleggenMet keren, of omleggen, graaf je eerst een ‘voor’ en je legt alle aarde die daar uitkomt aan de kop van je ‘spit-vlak’. Dan keer je de volgende voor in de open gemaakte voor door elke schep met een omkerende beweging erin te kieperen. Dit herhaal je tot je uitkomt bij de laatst voor. Daar keer je de aarde die je apart gelegd hebt in en je bent klaar.
Je kunt mest en compost over het te spitten vlak leggen en dat meteen inspitten. Je moet er dan wel voor zorgen dat je volledig verteerde mest en compost hebt. Heb je die niet dan kun je er beter van afzien en gaan ‘tassen’.
tassen

Met tassen heb je even wat meer tijd nodig maar het is wel de beste manier van spitten op een volkstuin. Net als bij het omleggen graaf je eerst een voor. Nu anderhalve spa diep. De aarde die daar uitkomt leg je neer bij de laatste voor die je gaat maken. Dan leg je de bodem van de open voor eerst vol met takjes en ander tuinafval. Daar overheen wat verse mest en compost. Dan steek je de toplaag van je volgende voor af en legt die omgekeerd op de mest met tuinafval. Dan steek je met je schep de aarde onder de toplaag uit en keert die bij elke schep op de laag die je net hebt aangelegd. Daar schep je de laatste laag uit je nieuwe voor op en dit proces herhaal je tot je bij de laatste voor bent. De klaar gelegde aarde kan dan op exact dezelfde wijze in je laatste voor en je bent klaar.

De mest en compost kan op de bodem van je gespitte vlak verder composteren en die laag schep je het volgend jaar door de nieuwe voren heen als je weer gaat spitten. dit kun je elk jaar herhalen. Uiteindelijk zal je grond zo vruchtbaar zijn dat er zelfs een kei in zal gaan groeien. Bij deze methode zal je grond ineens een stuk hoger liggen dan de rest van je tuin. Dat komt door de laag tuinafval, takjes, compost en mest. Maar ook doordat de grond erg luchtig is.

Aardappels telen

Aardappels telen

Geschreven door: Marcel

CIMG0005
Hart voor de aardappel

De aardappel: Solanum tuberosum. (Solanum komt van solanine de giftige stof die in de vrucht zit, niet in de knol). De Latijnse benaming Solanaceae zou staan voor ‘troostrijke knol’.

Familie: Nachtschadigen
Afkomst: vanuit het Andesgebergte in Zuid-Amerika —> Later ingevoerd in Spanje, en nadien verdeeld in Europa.

Soorten
Bintje, Nicola, Santé, Escort, Raja, Agria, Milva, Fresco, Première, Accent, Eersteling, Désirée, Rosa, Charlotte, Allure, Texla,
Eba,….

Vermeerdering

Gebeurd vegetatief.
Zelf pootgoed winnen kan, doch het is niet makkelijk als kleine tuinier de knolletjes op temperatuur te houden! Overschot van kleine aardappeltjes kan je ook aanwenden, doch deze bevatten soms ziekten of schimmels.
Tip: Neem maximaal 1 keer pootgoed van je eigen aardappelen.

Bloeiwijze

DSC_0004
De bloemen zijn wit tot violet, paars van kleur en staan in bijschermen. Een bloem bestaat uit 5 vergroeide kelkblaadjes.
De kleine ‘bolletjes’ die op kleine tomaatjes lijken zijn eigenlijk de vruchten deze zijn zeer giftig. (bij tomaat dan juist weer niet!).

Pootmaat in mm:

25/28 de kriel
28/35 de driel
35/40 middel
40/45 middel
50/55 bonk

Teelt

DSC_0005
Proefvlak bij het Landbouwmuseum te Tiengemeten

Vroege, halfvroege, halflate tot late soorten. Data afhankelijk van de soorten.
Opgelet: loofsterfte kan reeds vanaf -1°C.

vroege aanplanting kan vanaf midden maart tot midden april. (weinig ziekten, doch vriesperiode). —> max. 3 maanden op het veld staan
halfvroege vanaf midden maart tot einde april.—> max. 5 maanden op het veld staan
halflate begin april tot einde april —> max. 5 maanden op het veld staan
late vanaf april tot einde mei —-> max. 5 1/2 maanden tot loofsterfte
Let op: plant slechts 1 maal om de 4 jaar aardappelen op hetzelfde perceel. (teeltafwisseling of wisselbouw).
Hou tevens rekening met andere nachtschadefamilies (tomaat, paprika, pepers, aubergine,tabaksplant, bilzekruid,…)
Gebruik resistente pootsoorten, deze geven minder kans op ziekten.

teeltschema_aardappelen

Bemesting
Alvorens we over gaan tot het poten van de pootaardappel, moeten we eerst de grond voldoende verrijkt hebben met verteerde stalmest.
Soms hoor je ook al eens spreken van composttoevoeging, daar dit zorgt voor het vasthouden van vocht bij zandige bodems. Ikzelf ben er eigenlijk geen voorstander van, daar compost dikwijls schimmels en andere ziekten bevat die bij regenweer makkelijk opspat op het loof. Dit kan op zijn beurt voor allerlei ziekten zorgen. De normale bemesting doen we op het eind van het seizoen, net voor de winter komt opzetten. We verdelen de mest over de grond en werken dit onder met een riek, de wormen zullen de rest wel verder doen. Het is heel belangrijk de grond niet om te ploegen, daar zo de bacteriebodem optimaal blijft. (aërobe en anaërobe). Als de grond echter te ‘hard’ is, kan je eerder wel de bodem omzetten ! Tijdens de vriesperiode zal de grond bevriezen en de kluiten automatisch doen breken. Zwaardere gronden zijn ideaal voor aardappelen, terwijl zandgronden sneller opwarmen maar tegelijkertijd snel uitspoelen. (Voedingsnutriënten verliezen.)
Een kaliumgift komt steeds ten goede voor een smakelijke en stevigere aardappel. Een goede ph-waarde voor de bodem = pH 5 tot 6.

Voorkieming
Het belangrijkste van de teelt is de voorkieming van de poot. (= 28 tot 35 mm) Door dit toe te passen versnel je niet alleen de teelt, maar krijgen de planten ook veel meer zekerheid om te overleven. Het kiemen gebeurt een goeie 4 weekjes voor het planten, op een lichte plaats en best bij een temperatuur van 9 tot 12 graden. Zodra de ogen zijn gevormd (klein en hard), kan afharding onder de 9 graden plaats vinden! Indien afgehard buitenshuis, moet je wel opletten voor mogelijke plotse vrieskoude. Je kan evengoed pootaardappelen de grond insteken zonder zichtbare ogen, maar dan zal de oogst wel een kleine drie weken later plaats vinden.
Grote aardappelen kunnen in twee gesneden worden, op voorwaarde dat je de aardappel enkele dagen laat drogen. (Er vormt zich dan een kurklaagje over de ‘wonde’).

Eerste zorgen
Zodra het voorjaar komt opdagen, beginnen we met onze grond te effenen. We doen dit men een schoffel. Plan eerst waar je de aardappelen gaat zetten, voor de beste opstelling qua zonlicht. (Opgang en ondergang, verluchting, maximale belichting) en houd je aan de voorschriften van de wisselteelt van je complex. Op elk tuinhuis staat aangegeven waar je je aardappelen moet poten.
Vervolgens gaan we onze plantrijen aanmaken met een voortrekker. De voren kunnen best breed genoeg uit elkaar staan. De afstanden zijn ook afhankelijk van de soort, vb.: de primeur en eersteling hebben niet zo’n bladontwikkeling t.o.v. Agria die makkelijk 2,5 m² nodig heeft per plant. Vroege pooters benutten volgende afstand: 50X40 cm. Latere soorten makkelijk 70X 40 cm of meer.
Eens de voren klaar zijn kunnen we beginnen met de aardappelplanter kuiltjes te maken en de poter erin plaatsen. Vervolgens de kuiltjes terug ophopen.
Tip: vanaf nu kan je al ‘bergjes’ maken (vakterm = ophopen), dit geeft al wat respijt en minder werk voor later. (rechtstreeks op ruggen telen kan ook).
Van zodra de planten boven komen (tussen de 10 a 20 cm), kan je een tweede aanaarding voorzien.

aardappel_tek_00Het aanaarden gebeurd d.m.v. een hark en beschermd later de ondergrondse knollen die anders groen zouden worden door het licht. Groene aardappelen bevatten solanine wat giftig is voor de mens!
Weetje: het afvriezen van het loof bij een vroege aanplant, is niet altijd nefast! Vervolgens zullen blinde ogen terug uitlopen, met een ietwat mindere en latere oogst. Het enige wat nu rest is vooral onkruidonderdrukking, totdat de planten groot genoeg zijn. (ophopen = onderdrukken van onkruid). Mulching mag altijd, dit zorgt ook voor een betere vochthuishouding.

Verdere groei
De plant loopt nu verder uit tot een volwassen exemplaar en zal tot slot over gaan tot bloeiwijze.

De groei van een aardappelplant
De groei van een aardappelplant

Vanaf de bloeiperiode gaat de knol (ondergrondse stengel of stolonen genoemd) dikker beginnen worden. Deze cruciale fase in de zomerperiode is vooral belangrijk bij watertekorten! Voorzie daarom watergiften bij langdurige droogte. (enkel indien echt nodig!) Tekorten van water leiden soms tot glazigheid of doorwas. Dit is een automatische reactie van de plant, hierbij gaan de reeds bestaande knolletjes op hun beurt nieuwe knolletjes aanmaken. M.a.w.: het vocht dat onttrokken wordt uit de eerste knollen geeft deze glazigheid tot gevolg.

De oogst
Dit doe je best op een mooie zonnige dag! Het oogsten gebeurt ten vroegste na de bloei en ten laatste een tweetal weken na de loofsterfte. Zo harden de aardappelen af d.m.v. een kurklaagje (schil) dat aangemaakt wordt ter bewaring.

Hoe gaan we te werk:
Met voldoende afstand v/d plant gaan we de spitriek onder de aardappelen steken en vervolgens oplichten. (ervaring kan helpen).
We halen vervolgens ALLE aardappelen weg, daar achterblijvers het volgende jaar voor groot ongemak zorgen. Selecteer de slechtere of aangestoken aardappelen van de goeie. (Vakterm = lezen van de aardappel). Gebruik gestoken aardappelen voor onmiddellijke consumptie en de gave aardappelen laat je vervolgens enkele uren op het veld liggen. Zodoende deze kunnen drogen vooraleer op te slaan. Na droging bergen we de aardappelen op in een kelder en zie vooral dat er geen licht aan te pas komt! Zorg ook voor een goeie ventilatie, vooral in het begin! (een goeie temperatuur is 4 a 5 °C.)
De vers gerooide aardappel verdampt in het begin nog veel vocht! (Niet afdekken is de boodschap).
Tip: het loof van de aardappel kunnen we beter niet op de composthoop gooien, daar deze mogelijk besmet kan zijn met de coloradokever of schimmels, e.d… en die zouden onze composthoop alleen maar aansteken.
Weet ook dat aardappelen een goed diepbewerkte bodem met weinig voedingsstoffen erin zullen achterlaten. Een goeie naplant zou bv. jonge (winter)- preiplantjes zijn, die zo genieten van de diepbewerkte bodem. Geef hierbij nog wel regelmatig een trage meststof.

Ziekten
lakschurft (Rhizoctonia solani), ritnaalden, ‘glazigheid’, aardap5coloradokever (Leptinotarsa decemlineata), schurft (Actinomyces), aardappelplaag (Phytophtora infestans), virusziekten, poederschurft, aaltjes, bladluizen, bruinrot, stengelnatrot, fusarium, zwartbenigheid,…

Tip: het planten van bepaalde Tagetes ‘Afrikaantjes’, kunnen instaan tegen bodemaaltjes.

Weetje: men zou bezig zijn met natuurlijke producten (lokstof) te maken, om de cystenaaltjes te onderdrukken of zelfs totaal te vernietigen! In zulk geval wordt bodemmoeheid uitgesloten.

Voedingswaarde
Grootste deel bestaat uit water, kalium, calcium, magnesium, ijzer,vitaminen B1, B2, C, proteïnen en mineralen. Ze vormen een onmisbare portie in ons dagelijks bestaan van vitaminen e.d.!

Keukentip: Kook eens aardappelen in de schil, dit zorgt ervoor dat de vitaminen beter behouden blijven. Ook in smaak is er een groot verschil.

Aardappelen die sponsachtig worden, kan je een tijdje in koud water leggen. Je zal zien dat ze zich volzuigen en terug harder gaan aanvoelen.

Aardappelen die veel zetmelen bevatten barsten veel vlugger uit hun schil tijdens het koken t.o.v. vastkokende.

Kruiden kweken

bieslook1Bieslook

Allium schoenoprasum, bieslook en ook wel pijpgras genoemd, komt voor in het grootste deel van het noordelijk halfrond. Het werd 300 jaar v. C. door de Chinezen al gebruikt en in cultuur gebracht. In oude kruidenboeken staat vermeld dat het ‘te veel genuttigd slapeloosheid en troebele ogen veroorzaakt’. Men beweerde ook dat het dronkenschap verdrijft èn aanspoort tot onkuisheid. Het kruid bevordert eetlust en spijsvertering, werkt vochtafdrijvend en heeft naast vitamine A en B  een hoog gehalte aan vitamine C.
Bieslook behoort tot de lelieachtigen en is familie van de ui en knoflook. De polvormige vaste plant heeft een hol, buisvormig blad, wordt van 15 tot 50 cm hoog en bloeit van tot augustus met lilapaarse, bolvormige bloemen. Het kruid kan vanaf eind maart, begin april worden gezaaid in een wat kalkrijke, goed bemeste, vochtige grond, zowel op een zonnige als op een schaduwrijke plek.

De zaailingen kunnen in kleine bosjes worden uitgezet met een plantafstand van zo’n 20 cm. De plantjes mogen niet dieper worden uitgeplant dan ze hebben gestaan en moeten goed vochtig worden gehouden. Bieslook kan ook makkelijk in een bloempot op de vensterbank of het balkon worden geweekt. Het schijnt dat koffiedik een goede meststof is voor bieslook.

Vermeerderen kan ook door in het voorjaar flink uitgegroeide planten te scheuren. Bieslook kan ongeveer vier jaar op dezelfde plaats blijven staan. Het oogsten kan al zodra de plantjes ± 20 cm hoog zijn. Ze hebben een zachte uiensmaak en naast vitamine A en B een hoog gehalte aan vitamine C. Door tijdens de bloeiperiode de bloemetjes te laten zitten, verliest het kruid een deel van z’n kracht.

Als keukenkruid
Fijngesneden blad is lekker in salades, ragouts, sauzen en dressings. Door het mee te koken verdwijnt de smaak, ook gedroogd verliest het snel z’n aroma. Het kan fijngesneden, verpakt in een plasic bakje of zakje, heel goed worden ingevroren. Bloemen kunnen worden gebruikt als garnering van gerechten.
Variant
Chinese bieslook (chin suàn) heeft grasachtig, plat blad. Het lijkt erg veel op gewone bieslook, maar het heeft een zachte knoflooksmaak, waardoor het kan dienen als vervanger van knoflook. Het kan ook zelf worden gezaaid (winterhard). Chinese bieslook kan wel worden meegestoofd. En ingevroren. Het is als groente in bosjes te koop in toko’s.

Lavas

lavas

 

Lavas (Levisticum officinale) ook wel maggiplant genoemd, is een makkelijk te houden overblijvend kruid en behoort tot de familie der schermbloemige. De rechte, holle stengels kunnen wel twee meter hoog worden. Het diepgroene, tegenoverstaand dubbel geveerde blad is enigszins getand. Lavas bloeit van juni tot augustus met kleine groengele bloemschermen en heeft een lekkere, kruidige geur. Het blad heeft een vrij sterke, op selderie (maggi) lijkende smaak.

lavas2

Het is vaak moeilijk planten te vinden die op halfschaduwplekken goed gedijen. Lavas verdraagt zo’n plek heel goed. Het verlangt wel een goed doorlatende, voedzame, vochtige grond om het wel 10 tot 15 jaar op dezelfde plek uit te kunnen houden. Om mooie, gezonde planten te krijgen zijn twee mestgiften per jaar nodig, de eerste eind april en de tweede eind mei.
Het zelf zaaien van lavas kan in goed bemeste grond in maart of in augustus. Na het zaaien moet de grond goed vochtig worden gehouden. Het zaad kiemt na ongeveer 3 weken. In augustus gezaaide plantjes kunnen het voorjaar daarop worden uitgeplant. Jonge planten (van 2 tot 3 jaar) kunnen gescheurd worden, oudere planten niet meer. In het voorjaar loopt de plant met verschillende scheuten opnieuw uit. Dit is beste tijd om de plant te scheuren. Het bovengrondse deel sterft in de winter af.
De blaadjes zijn lekker in soepen, ragouts, gemengde salades en bij geroosterd vlees. Stengels kunnen worden meegekookt bij het maken van sauzen, soepen en stoofgerechten. Het zaad kan in brood worden meegebakken of gebruikt worden bij het inleggen van bijvoorbeeld augurken. In stukjes gesneden stengel kan net als engelwortel worden gekonfijt.

Het kruid kan worden gedroogd, maar vers is de smaak van lavas lekkerder. Het werkt vochtafdrijvend. Aftreksels van de wortelstok helpen tegen maagpijn en spijsverteringsstoornissen (het opgeblazen gevoel…).

Bonenkruid

bonenkruid2Bonenkruid is een aromatisch ruikend tuinkruid met van juli tot oktober paarse bloemen.
Bloeit in: juli, augustus, september, oktober; In meest voorkomende kleur(en): paars, soms rood of wit
Bonenkruid is een lipbloemige, die net als basilicum tot de familie der Labiaten behoort. Het is een eenjarig plantje, dat ± 10 tot 25 cm hoog wordt. De blaadjes zijn smal, leerachtig en tegenoverstaand met een lengte van zo’n 10 tot 30 mm.
De blaadjes van deze plant kunnen met een gerecht worden meegekookt.
En bij het koken van bloemkool en andere koolsoorten helpen een paar blaadjes om de ‘kooklucht’ te verminderen. Bonenkruid geeft helderheid, vitaliteit en stimuleert de spijsvertering.

bonenkruidEr zijn 2 soorten Bonenkruid:
1) Satureja hortensis: éénjarig bonenkruid (fijne soort met lange smalle blaadjes), deze blaadjes hebben een naar peper neigende smaak en geuren aromatisch.
2) Satureja montana: doorlevend bonenkruid (variant met een iets sterker aroma en donkerder blad)
Eenjarig bonenkruid: vanaf april-mei kan men dit plantje zaaien in huis of in de hobbyserre, niet te dicht zaaien, anders krijgen we een opgeschoten, broze plant, voldoende licht en geen te hoge temperatuur is de ideale omgeving voor onze plant. Wanneer de kans op vorst geweken is op een afstand van 20 cm uitplanten in volle grond. Men kan het ook ter plaatse zaaien in open lucht (15 tot einde mei) om ze nadien uit te dunnen of te verplanten. Op een organisch bemestte grond krijgt men zeker de nodige blaadjes.
Het plantje sterft af bij het intreden van de eerste nachtvorst.
Doorlevend bonenkruid (keukenkruiden die meerdere jaren overleven) kan men zaaien vanaf april en daarna uitplanten ofwel gaat men het doorlevend bonenkruid stekken in de zomer.
De afstand bij het uitplanten is ongeveer 20 à 30 cm. liefst op een zonnige, humusrijke en voedzame plaats. Het plantje kan moeiteloos overwinteren mits enige beschutting bij strenge vorst. Regelmatig insnoeien is bevorderlijk voor de frisheid van de plant.

Bonenkruid kan men ook drogen of invriezen, wat de smaak weinig of niet beïnvloed. Het beste tijdstip voor deze behandeling (drogen, invriezen) situeert zich juist voor of tijdens de bloeiperiode (krachtigst).
Gebruik in de keuken 
Het ietwat pikante bonenkruid maakt zwaar voedsel beter verteerbaar. Denken we hier vooral aan gerechten met als hoofdingrediënt de gewone tuinboon, erwten en andere peulgerechten, vandaar ook de naam bonenkruid.
Het kruid kan helemaal alleen gebruikt worden als smaakmaker.

Het kruid is vooral in zijn nopjes wanneer het meegekookt wordt, dit in tegenstelling tot de meeste andere kruiden, omdat het hierdoor ten volle zijn smaak en geur afgeeft. Keule zoals dit kruid in de volksmond genoemd wordt misstaat ook niet in een visgerecht (vette vis), bij varkensvlees ook in groetensalades kan men het er op wagen, dit echter in een zeer kleine hoeveelheid. Hou je niet van de sterke geur van groene kolen of spruitjes, kook dan gerust een blaadje bonenkruid mee, en weg is de geur!

Dragon

dragon
Dragon (Artemisia dracunculus) is een plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). De plant wordt toegepast als kruid dat vooral bekend is uit de klassieke (Franse) keuken. Dragon heeft een bittere, peperachtige anijssmaak. Het is vooral bekend uit klassieke sausen zoals bearnaise, maar wordt ook vaak gebruikt in vinaigrettes en mosterd. Dragon is afkomstig uit Centraal-Azië en wordt sinds de middeleeuwen culinair gebruikt in West-Europa. Zowel de blaadjes als de bloemen zijn eetbaar.
Dragon vormt een bestanddeel van de fines herbes, een kruidenmengsel dat vaak gebruikt wordt om soepen, eieren en boter op smaak te brengen.
Van de bloemen en de blaadjes kan een thee getrokken worden die de werking van de nieren ondersteunt.
Dragon bevat de stoffen estragol en methyleugenol, die bij dierproeven en ander onderzoek gentoxisch blijken te zijn en daarmee mogelijk kankerverwekkend. Of dragon ook kankerverwekkend is moet uit nader onderzoek blijken.

 

GEBRUIK:
De topjes en de losse blaadjes van de liefst niet bloeiende plant.
KWEKEN:
Scheur de planten en plant ze in het voorjaar in volle grond, 40 cm van elkaar op een droge, zonnige plaats. Het is een overblijvende plant.
OOGST:
In het voor- en najaar, maar ook ’s zomers.
BEWAREN:
Diepgevrogen en gedroogd.
TOEPASSEN:
Kleingesneden in kippen-, tomaten-, bonen- en erwtensoep, eiersalade en koolsalade. Ook lekker op visgerechten.

Oregano

oreganoWilde marjolein (Origanum vulgare) is een meerjarige, winterharde kruidachtige plant. De plant wordt 30 tot 60 cm hoog. De bladeren zijn ovaal, puntig, gaafrandig en donkergroen. De bladeren smaken naar peper. Oregano bloeit van Juli tot September met witte of roze bloemen. Wanneer de marjolein bloeit wordt hij massaal bezocht door de bijen. Oregano is algemeen te vinden in Zuid-Limburg, naast wegen en bosranden. Het is in Nederland en België een beschermde plant.

oregano2Echte Marjolein (Origanum Marjorana) komt zelden verwilderd voor. Deze plant wordt veelvuldig in tuinen gekweekt. Het is een half winterharde plant. De bloemen van Marjolein zijn wit of licht rood. De bladeren zijn middelgroen en aan beide zijde grijsviltig behaard. De stengel is recht tot slap, harig, rond en groen met rode spikkels. De plant heeft horizontale wortelstelen waar ze de grond raken.

 

Zelf Oregano / Marjolein kweken.
Plaats. 
De plant groeit het beste in de volle zon, maar ze hebben ’s middags schaduw nodig. 
Grond. 
De grond moet goed gedraineerd, wat droog, alkalisch en rijk aan voedingsstoffen zijn. In tegenstelling tot de meeste andere kruiden uit dezelfde familie, heeft marjolein een sterkere smaak als deze op rijke grond op groeit. 
Vermeerderen 
Zaaien in de lente (ontkieming kan langzaam zijn). Winterharde meerjarige soorten kunnen gesplitst worden in de lente of zomer. Neem wortel- of stengelstekken van late lente tot midzomer. 
Kweken. 
Uitdunnen of verplanten op 30 tot 45 cm afstand. Snoei marjoleintakken met twee derde terug voordat ze vanwege de winter afsterven. Als de plek niet te winderig is, laat dan zaadkoppen liggen als voer voor de vogels. Marjolein kan binnenshuis gekweekt worden. 
Pluk de jonge bladeren indien gewenst.