Nieuwe site

Site 008

Om tal van redenen hebben we sinds Juli 2014 een nieuwe site (lees alles hierover op ‘Deze Site‘). Het zal voor menigeen even wennen zijn maar je zal zien dat je straks, als alles weer gewend, en vertrouwd is, blij bent dat we deze stap gezet hebben. Het zal beter, sneller en overzichtelijker gaan werken dan de vorige site en we gaan nu meer met elkaar communiceren.

DCIM102GOPRO
Voorbereidingen voor een heerlijke maaltijd op de tuin

We gaan wat vaker bij elkaar op de tuin kijken wat we aan het doen zijn en elkaar inspireren om nog meer uit onze hobby/passie te halen dan we tot nu toe gedaan hebben. Zoals koken en eten op de tuin bijvoorbeeld.

eten 2
Vlierbloesem champagne

Lekker met elkaar genieten van je eigen gemaakte gerechten en brouwsels die je gemaakt hebt van je eigen tuinproducten. We hebben er al eens eerder over gepubliceerd maar nu kun je direct op dit bericht reageren, je vragen stellen en vertellen wat jij op je tuin aan het doen bent. Zo leer je van elkaar en maken we samen het leven op de tuin inspirerend en intensiever.

Je kunt ook commentaar leveren op  artikelen die op onze site verschenen zijn en nog gaan verschijnen. Met name de artikelen over tuinieren kunnen we met elkaar verbeteren en aanvullen. Onze site mag een bron worden voor elke tuinder. En als je zelf een stukje wil schrijven over, bijvoorbeeld, de teelt van een bepaald gewas of over een nog betere methode van bemesten, dan nodigen we je uit om dat vooral te gaan doen want zo krijgen we een bron van informatie die voor iedereen van waarde zal worden. Maar ook als je iets leuks op de tuin hebt meegemaakt  wat je graag met je medetuinders deelt kun je je richten tot de site-beheerder om je foto’s, films en tekst op de site te krijgen.

Een goed voorbeeld daarvan kwam van Cees van Hengstrum (Plaswijk). Hij trof een muis aan in zijn compostbak en maakte daar een prachtig filmpje van. Dit zijn erg leuke dingen om met elkaar te delen en je zal zien dat het je geen enkele moeite zal kosten om iets wat jij leuk vindt of beleefd hebt op de site te krijgen.

Een ander voorbeeld kwam van mijn voormalige medetuinders van Overkroeten (ik heb afscheid moeten nemen om dichter bij huis verder te gaan tuinieren). Eten op de tuin.

Saté grillen op een heel simpele maar doeltreffende gril
Saté grillen op een heel simpele maar doeltreffende gril
10473955_717981764932706_1408281708_o
De raket stoof. Hij brandt op kleine houtjes en alles wat je hierop kookt is bijzonder snel gaar.

De foto’s die je hier ziet zijn even geleden gemaakt op complex Overkroeten. We hadden de raket stoof (Rocket stove) weer in stelling gebracht en van te voren het een en ander thuis klaar gemaakt, zoals rijst (wil niet groeien op onze tuinen) en vlees. De rest kwam van onze eigen tuinen. Een spitskooltje, wat peentjes, ui, knoflook, prei, een paar vroege pepertjes en natuurlijk eigengemaakte vlierbloesem champagne.

Dan ben je zo een hele avond zoet op de tuin. Er wordt niet gewerkt maar vooral genoten, gegeten en heel wat afgekletst. De tijd vliegt en voor je het weet begint het al weer donker te worden. Dan heeft ineens iedereen haast want alles moet nog opgeruimd en afgewassen worden. Er wordt water gekookt op de raket stoof en met vele handen is alles zo weer schoon en opgeruimd. Dan drinken we nog één glaasje ter afscheid en realiseren we ons dat niemand meer zin heeft om op vakantie te gaan als je zo dicht bij huis zo intens kan genieten van je eigen omgeving. De tuin is meer dan alleen maar een plek om je groente te telen en wat te genieten van wat er om je heen groeit en bloeit. We praten nog even na over de nieuwe site en hoe we die zo toegankelijk mogelijk kunnen maken. Vooral voor nieuwe leden die niet of nauwelijks ervaring hebben met tuinieren en niet weten hoe het er op zo’n tuincomplex aan toe gaat. Ik ga ervoor. Ik weet hoeveel werk het is om een site helemaal opnieuw op te zetten maar met zo’n avondje genieten op de tuin weet ik waar ik het voor doe en hoop ik er maar op dat ik iets op het Net weet te zetten waar iedereen plezier van zal hebben.

Spitten

Toon spitten
Toon Mol (Overkroeten) in actie op zijn tuin.

Spitten is iets wat we al vele eeuwen doen. Meer dan een schep, een paar spierballen en een gezonde rug heb je er niet voor nodig. Het is zwaar werk maar het is verreweg de makkelijkste en beste manier om op een volkstuin de grond te bewerken. Spitten is nodig om intensive teelt mogelijk te maken. Al 10.000 jaar werken we de grond om voor een beter teeltresultaat. Maar de laatste jaren is er een discussie ontstaan over het nut van spitten en mogelijkheden met een vrij jonge vorm van teelt volgens de perma cultuur Zie ook de documentaire ‘Farm for the future’.
De meningen hierover lopen sterk uiteen. Met name de wat oudere tuinders zweren bij spitten. De jongere generatie lijkt meer te twijfelen en op onderzoek uit te willen gaan om ook de mogelijkheden van perma cultuur uit te testen. Op onze tuincomplexen wordt hier momenteel een levendige discussie over gevoerd tussen voor,- en tegenstanders. Die discussie gaan we hier niet voeren. We beperken ons tot een goede uitleg over een heel oude traditie in de moestuin die nog steeds veelvuldig wordt toegepast.

308.14L-1
De hak zoals we die vandaag de dag nog steeds kunnen kopen

Spitten is een heel oud begrip. De vroege boeren ontdekten dat het mogelijk was om zelf gewassen te telen door de grond los te maken met gereedschap. Ze gebruikten daarvoor speciaal gevormde boomtakken en rendieren geweien waarmee ze de grond los trokken. Hieruit ontstond, in de IJzertijd, gereedschap zoals de hak. De hak had al een beetje de vorm van een schep maar dan stond het blad haaks op de steel. Uit dit gereedschap ontstonden vele varianten zoals de ploeg en de schep. Vaak werden deze gereedschappen naast elkaar gebruikt door de boeren om hun grond zo los mogelijk te krijgen.

Hak_en_ploeg
Een voorbeeld van samengebruik van ploeg en handgereedschap om de grond zo los mogelijk te krijgen.

Het los maken van de grond gaf de boer de mogelijkheid om meststoffen, compost en humus in de grond te werken waardoor zeer vruchtbare grond verkregen werd waar vrijwel alles op wilde groeien. Zo kon hij gecontroleerd telen en zelfs gericht per gewassoort gaan bemesten. Dit doen we nu al 10.000 jaar. Echter de laatste decennia doen boeren dit op een zodanig industriële schaal, en bemesten ze de grond met chemische stoffen die de natuurlijke plantenvoeding moet vervangen, dat je je af kunt vragen of we ons zelf (en de aarde) niet aan het vernietigen zijn. Gelukkig begint dit besef al goed door te dringen en is dat besef er de reden van waarom mensen zich de laatste jaren zorgen zijn gaan maken over deze afstandelijke voedselcultuur. Het gevolg daarvan is dat steeds meer mensen een eigen tuin willen en dat wij nu wachtlijsten moeten hanteren op onze complexen.

Voor het spitten op de volkstuin kun je verschillende schoppen, spades en batsen gebruiken maar één schep springt overal bovenuit. Dat is de spade van Spear & Jackson die je op alle volkstuinen tegen komt.

0001Me
De veelal geprezen spade van Spear & Jackson

Het is zeer degelijk Brits gereedschap dat tegen een stootje kan en omdat je op een volkstuin enorm veel gebruik maakt van een dergelijk stuk gereedschap mag dat ook best iets meer kosten dan een schep van een tientje uit de voordeelbak van een bouwmarkt.

Zoals gezegd is spitten zwaar werk. Maar het is ook gezond. Mits je natuurlijk over een goede rug beschikt. Spitten wordt gezien als ‘tuinders fitness’ en wie snel buikvet kwijt wil raken kunnen we geen betere therapie voorschrijven. De eerste vraag die bij menigeen op zal komen zetten is waarom we eigenlijk spitten. Het antwoord is simpel. We spitten om een leeflaag te krijgen die zo goed verzadigd is van meststoffen, luchtigheid en humus dat de grond niet alleen uitstekend geroerd is voor een nieuw groei seizoen maar ook goed water op kan nemen en vast kan houden. Alles bevorderd de groei van je gewassen en zorgt ervoor dat de leeflaag ook echt leeft.
Het wemelt er van de kleine beestjes die hun werk in die laag voortzetten. Verteren en omzetten van grondstoffen die de planten nodig hebben. Insecten, bacteriën en schimmels zorgen ervoor dat de grond ‘leeft’ en ‘geroerd’ blijft waardoor planten beter kunnen groeien. Zonder te spitten wordt de grond erg vast en zal het leven erin afnemen. Alleen gewassen die juist die vaste grond nodig hebben, zoals granen, kunnen daar uitstekend in gedijen. Alle andere groente, die juist geroerde grond nodig hebben, niet, of nauwelijks. Wat er nog in wil groeien levert kleine, schrale, vruchten op die nauwelijks de moeite waard zijn om te oogsten.
Geroerde grond neemt ook makkelijker voedingsstoffen op dan vaste grond en houdt deze ook beter vast. Het uitspoelingsproces, veroorzaakt door regenval, verloopt trager dan op vaste grond die vaak te dicht is om voedingsstoffen goed op te kunnen nemen. Dus hoe losser de grond, hoe beter voor de meeste groente gewassen. Zonder elk jaar te spitten en meststoffen toe te voegen zal de grond vaster worden en op den duur verzanden en verschralen. Lees meer over bemesten in het artikel over bemesten op deze site.

6d4139f3-c906-4258-a297-c45e8ae6c8ef
Even een hele akker omspitten.

In vroeger tijd werd er ook gespit op akkers. Probeer je eens voor te stellen hoe dat was. Op het fotootje kun je zien hoe dat ging. Landarbeiders werkten zich een breuk om zo’n stuk grond met de schep om te spitten en waren hier soms weken mee bezig. Dan is een volkstuin van zo’n 150 tot 200 M2 maar een schijntje en begrijp je meteen waarom een boer blij is met een paard of een tractor.

 

DCIM100MEDIA
Een tuinfrees. In dit geval de beroemde Agria 1600 Z. Het meest populaire freesje van de volkstuinder

Maar voor de volkstuin is spitten nog steeds het beste alternatief. Je kunt ook gebruik maken van een tuinfrees, maar dan vermaal je de grond zodanig dat elke pier en duizendpoot die erin zit eveneens vermalen wordt en die heb je nu eenmaal heel hard nodig. Met spitten sneuvelen er ook altijd wel en paar maar de meeste blijven gewoon in leven.

resolve

Er zijn verschillende manieren van spitten. We behandelen de twee meest voorkomende. Het ‘keren’, of ‘omleggen’, en het ‘tassen’. De laatst genoemde methode is de meest intensieve maar ook meest succesvolle wijze van spitten op een volkstuin. De eerst genoemde methode is vooral snel uit te voeren en wordt verreweg het meest toegepast. Maar beide methodes komen ongeveer op het zelfde neer en dat is dat je de grond keert om deze los te maken, mest in te werken en om het bodemleven weer op gang te krijgen. Wat bovenop ligt komt onderop te liggen en tekens verleg je een voor zodat de grond niet op de zelfde plek terug komt. Op onderstaande tekeningen is te zien hoe dat werkt.

keren of omleggenMet keren, of omleggen, graaf je eerst een ‘voor’ en je legt alle aarde die daar uitkomt aan de kop van je ‘spit-vlak’. Dan keer je de volgende voor in de open gemaakte voor door elke schep met een omkerende beweging erin te kieperen. Dit herhaal je tot je uitkomt bij de laatst voor. Daar keer je de aarde die je apart gelegd hebt in en je bent klaar.
Je kunt mest en compost over het te spitten vlak leggen en dat meteen inspitten. Je moet er dan wel voor zorgen dat je volledig verteerde mest en compost hebt. Heb je die niet dan kun je er beter van afzien en gaan ‘tassen’.
tassen

Met tassen heb je even wat meer tijd nodig maar het is wel de beste manier van spitten op een volkstuin. Net als bij het omleggen graaf je eerst een voor. Nu anderhalve spa diep. De aarde die daar uitkomt leg je neer bij de laatste voor die je gaat maken. Dan leg je de bodem van de open voor eerst vol met takjes en ander tuinafval. Daar overheen wat verse mest en compost. Dan steek je de toplaag van je volgende voor af en legt die omgekeerd op de mest met tuinafval. Dan steek je met je schep de aarde onder de toplaag uit en keert die bij elke schep op de laag die je net hebt aangelegd. Daar schep je de laatste laag uit je nieuwe voor op en dit proces herhaal je tot je bij de laatste voor bent. De klaar gelegde aarde kan dan op exact dezelfde wijze in je laatste voor en je bent klaar.

De mest en compost kan op de bodem van je gespitte vlak verder composteren en die laag schep je het volgend jaar door de nieuwe voren heen als je weer gaat spitten. dit kun je elk jaar herhalen. Uiteindelijk zal je grond zo vruchtbaar zijn dat er zelfs een kei in zal gaan groeien. Bij deze methode zal je grond ineens een stuk hoger liggen dan de rest van je tuin. Dat komt door de laag tuinafval, takjes, compost en mest. Maar ook doordat de grond erg luchtig is.

Aardappels telen

Aardappels telen

Geschreven door: Marcel

CIMG0005
Hart voor de aardappel

De aardappel: Solanum tuberosum. (Solanum komt van solanine de giftige stof die in de vrucht zit, niet in de knol). De Latijnse benaming Solanaceae zou staan voor ‘troostrijke knol’.

Familie: Nachtschadigen
Afkomst: vanuit het Andesgebergte in Zuid-Amerika —> Later ingevoerd in Spanje, en nadien verdeeld in Europa.

Soorten
Bintje, Nicola, Santé, Escort, Raja, Agria, Milva, Fresco, Première, Accent, Eersteling, Désirée, Rosa, Charlotte, Allure, Texla,
Eba,….

Vermeerdering

Gebeurd vegetatief.
Zelf pootgoed winnen kan, doch het is niet makkelijk als kleine tuinier de knolletjes op temperatuur te houden! Overschot van kleine aardappeltjes kan je ook aanwenden, doch deze bevatten soms ziekten of schimmels.
Tip: Neem maximaal 1 keer pootgoed van je eigen aardappelen.

Bloeiwijze

DSC_0004
De bloemen zijn wit tot violet, paars van kleur en staan in bijschermen. Een bloem bestaat uit 5 vergroeide kelkblaadjes.
De kleine ‘bolletjes’ die op kleine tomaatjes lijken zijn eigenlijk de vruchten deze zijn zeer giftig. (bij tomaat dan juist weer niet!).

Pootmaat in mm:

25/28 de kriel
28/35 de driel
35/40 middel
40/45 middel
50/55 bonk

Teelt

DSC_0005
Proefvlak bij het Landbouwmuseum te Tiengemeten

Vroege, halfvroege, halflate tot late soorten. Data afhankelijk van de soorten.
Opgelet: loofsterfte kan reeds vanaf -1°C.

vroege aanplanting kan vanaf midden maart tot midden april. (weinig ziekten, doch vriesperiode). —> max. 3 maanden op het veld staan
halfvroege vanaf midden maart tot einde april.—> max. 5 maanden op het veld staan
halflate begin april tot einde april —> max. 5 maanden op het veld staan
late vanaf april tot einde mei —-> max. 5 1/2 maanden tot loofsterfte
Let op: plant slechts 1 maal om de 4 jaar aardappelen op hetzelfde perceel. (teeltafwisseling of wisselbouw).
Hou tevens rekening met andere nachtschadefamilies (tomaat, paprika, pepers, aubergine,tabaksplant, bilzekruid,…)
Gebruik resistente pootsoorten, deze geven minder kans op ziekten.

teeltschema_aardappelen

Bemesting
Alvorens we over gaan tot het poten van de pootaardappel, moeten we eerst de grond voldoende verrijkt hebben met verteerde stalmest.
Soms hoor je ook al eens spreken van composttoevoeging, daar dit zorgt voor het vasthouden van vocht bij zandige bodems. Ikzelf ben er eigenlijk geen voorstander van, daar compost dikwijls schimmels en andere ziekten bevat die bij regenweer makkelijk opspat op het loof. Dit kan op zijn beurt voor allerlei ziekten zorgen. De normale bemesting doen we op het eind van het seizoen, net voor de winter komt opzetten. We verdelen de mest over de grond en werken dit onder met een riek, de wormen zullen de rest wel verder doen. Het is heel belangrijk de grond niet om te ploegen, daar zo de bacteriebodem optimaal blijft. (aërobe en anaërobe). Als de grond echter te ‘hard’ is, kan je eerder wel de bodem omzetten ! Tijdens de vriesperiode zal de grond bevriezen en de kluiten automatisch doen breken. Zwaardere gronden zijn ideaal voor aardappelen, terwijl zandgronden sneller opwarmen maar tegelijkertijd snel uitspoelen. (Voedingsnutriënten verliezen.)
Een kaliumgift komt steeds ten goede voor een smakelijke en stevigere aardappel. Een goede ph-waarde voor de bodem = pH 5 tot 6.

Voorkieming
Het belangrijkste van de teelt is de voorkieming van de poot. (= 28 tot 35 mm) Door dit toe te passen versnel je niet alleen de teelt, maar krijgen de planten ook veel meer zekerheid om te overleven. Het kiemen gebeurt een goeie 4 weekjes voor het planten, op een lichte plaats en best bij een temperatuur van 9 tot 12 graden. Zodra de ogen zijn gevormd (klein en hard), kan afharding onder de 9 graden plaats vinden! Indien afgehard buitenshuis, moet je wel opletten voor mogelijke plotse vrieskoude. Je kan evengoed pootaardappelen de grond insteken zonder zichtbare ogen, maar dan zal de oogst wel een kleine drie weken later plaats vinden.
Grote aardappelen kunnen in twee gesneden worden, op voorwaarde dat je de aardappel enkele dagen laat drogen. (Er vormt zich dan een kurklaagje over de ‘wonde’).

Eerste zorgen
Zodra het voorjaar komt opdagen, beginnen we met onze grond te effenen. We doen dit men een schoffel. Plan eerst waar je de aardappelen gaat zetten, voor de beste opstelling qua zonlicht. (Opgang en ondergang, verluchting, maximale belichting) en houd je aan de voorschriften van de wisselteelt van je complex. Op elk tuinhuis staat aangegeven waar je je aardappelen moet poten.
Vervolgens gaan we onze plantrijen aanmaken met een voortrekker. De voren kunnen best breed genoeg uit elkaar staan. De afstanden zijn ook afhankelijk van de soort, vb.: de primeur en eersteling hebben niet zo’n bladontwikkeling t.o.v. Agria die makkelijk 2,5 m² nodig heeft per plant. Vroege pooters benutten volgende afstand: 50X40 cm. Latere soorten makkelijk 70X 40 cm of meer.
Eens de voren klaar zijn kunnen we beginnen met de aardappelplanter kuiltjes te maken en de poter erin plaatsen. Vervolgens de kuiltjes terug ophopen.
Tip: vanaf nu kan je al ‘bergjes’ maken (vakterm = ophopen), dit geeft al wat respijt en minder werk voor later. (rechtstreeks op ruggen telen kan ook).
Van zodra de planten boven komen (tussen de 10 a 20 cm), kan je een tweede aanaarding voorzien.

aardappel_tek_00Het aanaarden gebeurd d.m.v. een hark en beschermd later de ondergrondse knollen die anders groen zouden worden door het licht. Groene aardappelen bevatten solanine wat giftig is voor de mens!
Weetje: het afvriezen van het loof bij een vroege aanplant, is niet altijd nefast! Vervolgens zullen blinde ogen terug uitlopen, met een ietwat mindere en latere oogst. Het enige wat nu rest is vooral onkruidonderdrukking, totdat de planten groot genoeg zijn. (ophopen = onderdrukken van onkruid). Mulching mag altijd, dit zorgt ook voor een betere vochthuishouding.

Verdere groei
De plant loopt nu verder uit tot een volwassen exemplaar en zal tot slot over gaan tot bloeiwijze.

De groei van een aardappelplant
De groei van een aardappelplant

Vanaf de bloeiperiode gaat de knol (ondergrondse stengel of stolonen genoemd) dikker beginnen worden. Deze cruciale fase in de zomerperiode is vooral belangrijk bij watertekorten! Voorzie daarom watergiften bij langdurige droogte. (enkel indien echt nodig!) Tekorten van water leiden soms tot glazigheid of doorwas. Dit is een automatische reactie van de plant, hierbij gaan de reeds bestaande knolletjes op hun beurt nieuwe knolletjes aanmaken. M.a.w.: het vocht dat onttrokken wordt uit de eerste knollen geeft deze glazigheid tot gevolg.

De oogst
Dit doe je best op een mooie zonnige dag! Het oogsten gebeurt ten vroegste na de bloei en ten laatste een tweetal weken na de loofsterfte. Zo harden de aardappelen af d.m.v. een kurklaagje (schil) dat aangemaakt wordt ter bewaring.

Hoe gaan we te werk:
Met voldoende afstand v/d plant gaan we de spitriek onder de aardappelen steken en vervolgens oplichten. (ervaring kan helpen).
We halen vervolgens ALLE aardappelen weg, daar achterblijvers het volgende jaar voor groot ongemak zorgen. Selecteer de slechtere of aangestoken aardappelen van de goeie. (Vakterm = lezen van de aardappel). Gebruik gestoken aardappelen voor onmiddellijke consumptie en de gave aardappelen laat je vervolgens enkele uren op het veld liggen. Zodoende deze kunnen drogen vooraleer op te slaan. Na droging bergen we de aardappelen op in een kelder en zie vooral dat er geen licht aan te pas komt! Zorg ook voor een goeie ventilatie, vooral in het begin! (een goeie temperatuur is 4 a 5 °C.)
De vers gerooide aardappel verdampt in het begin nog veel vocht! (Niet afdekken is de boodschap).
Tip: het loof van de aardappel kunnen we beter niet op de composthoop gooien, daar deze mogelijk besmet kan zijn met de coloradokever of schimmels, e.d… en die zouden onze composthoop alleen maar aansteken.
Weet ook dat aardappelen een goed diepbewerkte bodem met weinig voedingsstoffen erin zullen achterlaten. Een goeie naplant zou bv. jonge (winter)- preiplantjes zijn, die zo genieten van de diepbewerkte bodem. Geef hierbij nog wel regelmatig een trage meststof.

Ziekten
lakschurft (Rhizoctonia solani), ritnaalden, ‘glazigheid’, aardap5coloradokever (Leptinotarsa decemlineata), schurft (Actinomyces), aardappelplaag (Phytophtora infestans), virusziekten, poederschurft, aaltjes, bladluizen, bruinrot, stengelnatrot, fusarium, zwartbenigheid,…

Tip: het planten van bepaalde Tagetes ‘Afrikaantjes’, kunnen instaan tegen bodemaaltjes.

Weetje: men zou bezig zijn met natuurlijke producten (lokstof) te maken, om de cystenaaltjes te onderdrukken of zelfs totaal te vernietigen! In zulk geval wordt bodemmoeheid uitgesloten.

Voedingswaarde
Grootste deel bestaat uit water, kalium, calcium, magnesium, ijzer,vitaminen B1, B2, C, proteïnen en mineralen. Ze vormen een onmisbare portie in ons dagelijks bestaan van vitaminen e.d.!

Keukentip: Kook eens aardappelen in de schil, dit zorgt ervoor dat de vitaminen beter behouden blijven. Ook in smaak is er een groot verschil.

Aardappelen die sponsachtig worden, kan je een tijdje in koud water leggen. Je zal zien dat ze zich volzuigen en terug harder gaan aanvoelen.

Aardappelen die veel zetmelen bevatten barsten veel vlugger uit hun schil tijdens het koken t.o.v. vastkokende.

Kruiden kweken

bieslook1Bieslook

Allium schoenoprasum, bieslook en ook wel pijpgras genoemd, komt voor in het grootste deel van het noordelijk halfrond. Het werd 300 jaar v. C. door de Chinezen al gebruikt en in cultuur gebracht. In oude kruidenboeken staat vermeld dat het ‘te veel genuttigd slapeloosheid en troebele ogen veroorzaakt’. Men beweerde ook dat het dronkenschap verdrijft èn aanspoort tot onkuisheid. Het kruid bevordert eetlust en spijsvertering, werkt vochtafdrijvend en heeft naast vitamine A en B  een hoog gehalte aan vitamine C.
Bieslook behoort tot de lelieachtigen en is familie van de ui en knoflook. De polvormige vaste plant heeft een hol, buisvormig blad, wordt van 15 tot 50 cm hoog en bloeit van tot augustus met lilapaarse, bolvormige bloemen. Het kruid kan vanaf eind maart, begin april worden gezaaid in een wat kalkrijke, goed bemeste, vochtige grond, zowel op een zonnige als op een schaduwrijke plek.

De zaailingen kunnen in kleine bosjes worden uitgezet met een plantafstand van zo’n 20 cm. De plantjes mogen niet dieper worden uitgeplant dan ze hebben gestaan en moeten goed vochtig worden gehouden. Bieslook kan ook makkelijk in een bloempot op de vensterbank of het balkon worden geweekt. Het schijnt dat koffiedik een goede meststof is voor bieslook.

Vermeerderen kan ook door in het voorjaar flink uitgegroeide planten te scheuren. Bieslook kan ongeveer vier jaar op dezelfde plaats blijven staan. Het oogsten kan al zodra de plantjes ± 20 cm hoog zijn. Ze hebben een zachte uiensmaak en naast vitamine A en B een hoog gehalte aan vitamine C. Door tijdens de bloeiperiode de bloemetjes te laten zitten, verliest het kruid een deel van z’n kracht.

Als keukenkruid
Fijngesneden blad is lekker in salades, ragouts, sauzen en dressings. Door het mee te koken verdwijnt de smaak, ook gedroogd verliest het snel z’n aroma. Het kan fijngesneden, verpakt in een plasic bakje of zakje, heel goed worden ingevroren. Bloemen kunnen worden gebruikt als garnering van gerechten.
Variant
Chinese bieslook (chin suàn) heeft grasachtig, plat blad. Het lijkt erg veel op gewone bieslook, maar het heeft een zachte knoflooksmaak, waardoor het kan dienen als vervanger van knoflook. Het kan ook zelf worden gezaaid (winterhard). Chinese bieslook kan wel worden meegestoofd. En ingevroren. Het is als groente in bosjes te koop in toko’s.

Lavas

lavas

 

Lavas (Levisticum officinale) ook wel maggiplant genoemd, is een makkelijk te houden overblijvend kruid en behoort tot de familie der schermbloemige. De rechte, holle stengels kunnen wel twee meter hoog worden. Het diepgroene, tegenoverstaand dubbel geveerde blad is enigszins getand. Lavas bloeit van juni tot augustus met kleine groengele bloemschermen en heeft een lekkere, kruidige geur. Het blad heeft een vrij sterke, op selderie (maggi) lijkende smaak.

lavas2

Het is vaak moeilijk planten te vinden die op halfschaduwplekken goed gedijen. Lavas verdraagt zo’n plek heel goed. Het verlangt wel een goed doorlatende, voedzame, vochtige grond om het wel 10 tot 15 jaar op dezelfde plek uit te kunnen houden. Om mooie, gezonde planten te krijgen zijn twee mestgiften per jaar nodig, de eerste eind april en de tweede eind mei.
Het zelf zaaien van lavas kan in goed bemeste grond in maart of in augustus. Na het zaaien moet de grond goed vochtig worden gehouden. Het zaad kiemt na ongeveer 3 weken. In augustus gezaaide plantjes kunnen het voorjaar daarop worden uitgeplant. Jonge planten (van 2 tot 3 jaar) kunnen gescheurd worden, oudere planten niet meer. In het voorjaar loopt de plant met verschillende scheuten opnieuw uit. Dit is beste tijd om de plant te scheuren. Het bovengrondse deel sterft in de winter af.
De blaadjes zijn lekker in soepen, ragouts, gemengde salades en bij geroosterd vlees. Stengels kunnen worden meegekookt bij het maken van sauzen, soepen en stoofgerechten. Het zaad kan in brood worden meegebakken of gebruikt worden bij het inleggen van bijvoorbeeld augurken. In stukjes gesneden stengel kan net als engelwortel worden gekonfijt.

Het kruid kan worden gedroogd, maar vers is de smaak van lavas lekkerder. Het werkt vochtafdrijvend. Aftreksels van de wortelstok helpen tegen maagpijn en spijsverteringsstoornissen (het opgeblazen gevoel…).

Bonenkruid

bonenkruid2Bonenkruid is een aromatisch ruikend tuinkruid met van juli tot oktober paarse bloemen.
Bloeit in: juli, augustus, september, oktober; In meest voorkomende kleur(en): paars, soms rood of wit
Bonenkruid is een lipbloemige, die net als basilicum tot de familie der Labiaten behoort. Het is een eenjarig plantje, dat ± 10 tot 25 cm hoog wordt. De blaadjes zijn smal, leerachtig en tegenoverstaand met een lengte van zo’n 10 tot 30 mm.
De blaadjes van deze plant kunnen met een gerecht worden meegekookt.
En bij het koken van bloemkool en andere koolsoorten helpen een paar blaadjes om de ‘kooklucht’ te verminderen. Bonenkruid geeft helderheid, vitaliteit en stimuleert de spijsvertering.

bonenkruidEr zijn 2 soorten Bonenkruid:
1) Satureja hortensis: éénjarig bonenkruid (fijne soort met lange smalle blaadjes), deze blaadjes hebben een naar peper neigende smaak en geuren aromatisch.
2) Satureja montana: doorlevend bonenkruid (variant met een iets sterker aroma en donkerder blad)
Eenjarig bonenkruid: vanaf april-mei kan men dit plantje zaaien in huis of in de hobbyserre, niet te dicht zaaien, anders krijgen we een opgeschoten, broze plant, voldoende licht en geen te hoge temperatuur is de ideale omgeving voor onze plant. Wanneer de kans op vorst geweken is op een afstand van 20 cm uitplanten in volle grond. Men kan het ook ter plaatse zaaien in open lucht (15 tot einde mei) om ze nadien uit te dunnen of te verplanten. Op een organisch bemestte grond krijgt men zeker de nodige blaadjes.
Het plantje sterft af bij het intreden van de eerste nachtvorst.
Doorlevend bonenkruid (keukenkruiden die meerdere jaren overleven) kan men zaaien vanaf april en daarna uitplanten ofwel gaat men het doorlevend bonenkruid stekken in de zomer.
De afstand bij het uitplanten is ongeveer 20 à 30 cm. liefst op een zonnige, humusrijke en voedzame plaats. Het plantje kan moeiteloos overwinteren mits enige beschutting bij strenge vorst. Regelmatig insnoeien is bevorderlijk voor de frisheid van de plant.

Bonenkruid kan men ook drogen of invriezen, wat de smaak weinig of niet beïnvloed. Het beste tijdstip voor deze behandeling (drogen, invriezen) situeert zich juist voor of tijdens de bloeiperiode (krachtigst).
Gebruik in de keuken 
Het ietwat pikante bonenkruid maakt zwaar voedsel beter verteerbaar. Denken we hier vooral aan gerechten met als hoofdingrediënt de gewone tuinboon, erwten en andere peulgerechten, vandaar ook de naam bonenkruid.
Het kruid kan helemaal alleen gebruikt worden als smaakmaker.

Het kruid is vooral in zijn nopjes wanneer het meegekookt wordt, dit in tegenstelling tot de meeste andere kruiden, omdat het hierdoor ten volle zijn smaak en geur afgeeft. Keule zoals dit kruid in de volksmond genoemd wordt misstaat ook niet in een visgerecht (vette vis), bij varkensvlees ook in groetensalades kan men het er op wagen, dit echter in een zeer kleine hoeveelheid. Hou je niet van de sterke geur van groene kolen of spruitjes, kook dan gerust een blaadje bonenkruid mee, en weg is de geur!

Dragon

dragon
Dragon (Artemisia dracunculus) is een plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). De plant wordt toegepast als kruid dat vooral bekend is uit de klassieke (Franse) keuken. Dragon heeft een bittere, peperachtige anijssmaak. Het is vooral bekend uit klassieke sausen zoals bearnaise, maar wordt ook vaak gebruikt in vinaigrettes en mosterd. Dragon is afkomstig uit Centraal-Azië en wordt sinds de middeleeuwen culinair gebruikt in West-Europa. Zowel de blaadjes als de bloemen zijn eetbaar.
Dragon vormt een bestanddeel van de fines herbes, een kruidenmengsel dat vaak gebruikt wordt om soepen, eieren en boter op smaak te brengen.
Van de bloemen en de blaadjes kan een thee getrokken worden die de werking van de nieren ondersteunt.
Dragon bevat de stoffen estragol en methyleugenol, die bij dierproeven en ander onderzoek gentoxisch blijken te zijn en daarmee mogelijk kankerverwekkend. Of dragon ook kankerverwekkend is moet uit nader onderzoek blijken.

 

GEBRUIK:
De topjes en de losse blaadjes van de liefst niet bloeiende plant.
KWEKEN:
Scheur de planten en plant ze in het voorjaar in volle grond, 40 cm van elkaar op een droge, zonnige plaats. Het is een overblijvende plant.
OOGST:
In het voor- en najaar, maar ook ’s zomers.
BEWAREN:
Diepgevrogen en gedroogd.
TOEPASSEN:
Kleingesneden in kippen-, tomaten-, bonen- en erwtensoep, eiersalade en koolsalade. Ook lekker op visgerechten.

Oregano

oreganoWilde marjolein (Origanum vulgare) is een meerjarige, winterharde kruidachtige plant. De plant wordt 30 tot 60 cm hoog. De bladeren zijn ovaal, puntig, gaafrandig en donkergroen. De bladeren smaken naar peper. Oregano bloeit van Juli tot September met witte of roze bloemen. Wanneer de marjolein bloeit wordt hij massaal bezocht door de bijen. Oregano is algemeen te vinden in Zuid-Limburg, naast wegen en bosranden. Het is in Nederland en België een beschermde plant.

oregano2Echte Marjolein (Origanum Marjorana) komt zelden verwilderd voor. Deze plant wordt veelvuldig in tuinen gekweekt. Het is een half winterharde plant. De bloemen van Marjolein zijn wit of licht rood. De bladeren zijn middelgroen en aan beide zijde grijsviltig behaard. De stengel is recht tot slap, harig, rond en groen met rode spikkels. De plant heeft horizontale wortelstelen waar ze de grond raken.

 

Zelf Oregano / Marjolein kweken.
Plaats. 
De plant groeit het beste in de volle zon, maar ze hebben ’s middags schaduw nodig. 
Grond. 
De grond moet goed gedraineerd, wat droog, alkalisch en rijk aan voedingsstoffen zijn. In tegenstelling tot de meeste andere kruiden uit dezelfde familie, heeft marjolein een sterkere smaak als deze op rijke grond op groeit. 
Vermeerderen 
Zaaien in de lente (ontkieming kan langzaam zijn). Winterharde meerjarige soorten kunnen gesplitst worden in de lente of zomer. Neem wortel- of stengelstekken van late lente tot midzomer. 
Kweken. 
Uitdunnen of verplanten op 30 tot 45 cm afstand. Snoei marjoleintakken met twee derde terug voordat ze vanwege de winter afsterven. Als de plek niet te winderig is, laat dan zaadkoppen liggen als voer voor de vogels. Marjolein kan binnenshuis gekweekt worden. 
Pluk de jonge bladeren indien gewenst.

 

Fruit telen

CIMG0001 57
Een appeltje uit eigen oogst smaakt dubbel zo goed.

Wat is leuker dan vruchten plukken in uw eigen tuin? Opeten natuurlijk. 
In elke tuin past een vruchtboom of -struik. Wat wordt het, een appeltje voor de dorst? Of droomt u van een volgeladen pruimenboom? Zelfs een balkon biedt mogelijkheden. Zet een aalbes op stam in een ruime pot en plant er aardbeien onder. Met fruit in de tuin is er het hele jaar door wel iets te beleven.

Lentefruitbloesem
Fruitgewassen zijn niet alleen lekker en gezond, maar bovendien mooi. In het vroege voorjaar doen ze met hun bloesem niet onder voor siergewassen. Een appel- of perenboompje in de tuin is alleen al daarom een aantrekkelijke keuze. Ook kers bloeit rijk, spierwit.

Zomer
Als de zomer nog maar net officieel is begonnen, zijn vroege rassen van aardbei en aalbes al rijp. Het is heerlijk om de geurende vruchten rijp te plukken en warm van de zomerzon te eten. In augustus rijpen zomerappels zoals ‘James Grieve’. Ook met vruchten zijn bomen en struiken een lust voor het oog.

DSC_0004 4

Herfst
In oktober en november worden de laatste vruchten geoogst zoals bewaarappels en -peren, kiwi en mispel. Voor de tuin zijn ook herfstframbozen zoals ‘Zefa Herbsternte’ aantrekkelijk. Doordragende aardbeien maken vruchten tot de vorst invalt. Sommige fruitgewassen krijgen een mooie herfstkleur. Blauwe bes of Amerikaanse bosbes (Vacciniuin corvmbosum) verkleurt prachtig oranje voordat het blad valt.

DSC_0012 2
Het ene jaar haal je meer uit je fruitbomen dan het andere jaar. Goed snoeien helpt de oogst aanzienlijk.

Winter
Als de fruitgewassen kaal zijn geworden, is het tijd voor winterwerkjes zoals snoeien en aanbinden. Bij de druif moet dit al in december gebeuren. Kort na de jaarwisseling valt er in de tuin alweer nieuw leven te bespeuren; ook bij de vruchtbomen. De hazelaar bloeit het eerst. De hazelaar behoort tot de noten. Die worden ook tot de fruitgewassen gerekend. Al in januari kunnen de mannelijke bloemen, de katjes, wolken geel stuifmeel loslaten. Wie vruchten bewaart of verwerkt tot lekkere jams en sappen, kan daar ’s winters van genieten. Het zijn heerlijke herinneringen aan de zomer.

 

Fruitbomen op de volkstuin. Hier op complex Overkroeten.
Fruitbomen op de volkstuin. Hier op complex Overkroeten.

Toepassingen
Vruchtbomen en -struiken kunnen uitstekend als solitair worden gebruikt. Zo’n alleenstaande boom of struik zorgt voor opvallend accent in de tuin. Een haag van fruit kan ook; gemengd of juist van één soort. Een vruchtdragende pergola kan ook, denk maar eens aan de druif of de kiwi. Verder zijn veel, fruitsoorten geschikt om daarvan leibomen te maken. Ze kunnen dan als het ware plat tegen een muur of schutting groeien. Ze nemen op die manier weinig ruimte in; een ideale oplossing voor de kleine tuin. Een rijtje leibomen kan ook fungeren als een haag ‘op poten’, waar onder door kan worden gekeken. 
De meeste fruitsoorten laten zich goed combineren in een siertuin. Een appelboom (hoog- of halfstam) op het gazon is het hele jaar door fraai. Een druif die een terras beschaduwt, is zowel mooi, smaakvol én praktisch. Al zin in een fruittuintje?

DCIM100MEDIA
Aardbeien vallen ook onder fruit. Twee rijtjes goede planten leveren al snel een hoge opbrengst. Sommige soorten geven het hele seizoen door vruchten. Dat zijn de zogenaamde doordragers.

Planttips fruit
* Plant in het najaar na de bladval, of in het voorjaar voordat de   boom of struik begint uit te lopen.
* Zet bomen en struiken nooit dieper dan ze op de kwekerij hebben gestaan.
* Het grondwater moet minimaal 70 cm diep zitten.
* Maak een ruim plantgat; voeg compost toe, geen mest.
* Van een vruchtboom met een waarmerkstrookje of foto-etiket bent u zeker van het ras en de onderstam.

DSC_0006 10
Op elk complex loopt wel iemand rond met verstand van fruitteelt. Op deze foto Harry Saenen van complex Overkroeten (in 2012) die een groot deel van zijn leven in de fruitteelt gewerkt heeft en er alles van af weet. Hij deelde zijn kennis graag met zijn medetuinders. Zo leer je van elkaar.

Snoeitips fruit
Snoei niet te veel, alleen om de takken licht te geven.
Let bij het snoeien op behoud van de vorm (kroon, struik).
Prunus-soorten mogen alleen ’s zomers worden gesnoeid.
Druif in december snoeien, scheuten ’s zomers inkorten.
Dunnen is een deel van takken of vruchten verwijderen voor een betere belichting.

 

Bemesten

Dolblij met zo'n berg stront. Verse stalmest om de tuin te bemesten.
Dolblij met zo’n berg stront. Verse stalmest, afgeleverd door een boer, om de tuin te bemesten op tuincomplex Overkroeten.

 

Je kunt een heel ingewikkeld verhaal afsteken over grond, maar aan het eind van het verhaal zie je door de bomen het bos niet meer en is je interesse om te tuinieren ver te zoeken. Daarom houden we het kort en simpel. Grond moet bewerkt en bemest worden om planten goed te kunnen laten groeien. Elk jaar opnieuw. Hierdoor verbeter je de ‘leeflaag’ en krijg je uiteindelijk goede teeltgrond.

De discussies over grond zijn oneindig. De een zweert bij het in cultuur brengen van de teeltgrond terwijl de ander juist de natuur haar werk wil laten doen. Feit is wel dat wanneer je grond gebruikt om er intensief op te telen dat je iets aan die grond terug moet geven om die gezond te houden. Dat doen we door bemesting. We brengen dan voedingsstoffen terug in de grond die verkregen zijn uit

proefvakken met groenbemesters om de exacte werking ervan te kunnen bepalen
proefvakken met groenbemesters om de exacte werking ervan te kunnen bepalen

compost, mest of groenbemesters (gewassen zoals rogge, klaver etc. die de grond verbeteren gedurende een bepaalde periode).

Alles draait erom dat we de leeflaag, de laag grond van zo’n 30 cm onder het oppervlak, luchtig houden, zodat planten er makkelijker en beter in kunnen groeien. Dat doen we door de grond regelmatig om te spitten en er mest doorheen te werken. We zorgen er dan voor dat er voedingsstoffen de grond in gewerkt worden en dat de losgemaakte grond makkelijk water op kan nemen en vasthouden. Bemesting van de grond zal daarvoor gaan zorgen. Zonder bemesting zal de grond op den duur verschralen en verzanden en zal er weinig op willen groeien doordat die grond steeds vaster en compacter wordt.

tekening leeflaag
Een schematische voorstelling van de leeflaag waar het allemaal om draait

 

Compost en mest dienen wel goed verteerd te zijn voordat je het in de grond kan werken. Als mest of compost nog ruikt is deze nog niet volledig omgezet door bacteriën en schimmels en dat komt het bodemleven niet ten goede.

Maar lang niet alle groenten hebben een lading mest nodig. Wortelen, bijvoorbeeld, doen het goed op losse wat armere grond, maar kolen willen juist goed bemeste grond en verlangen ook kalk. Het is dus aan te raden om eerst goed te bestuderen wat de gewassen die je wil gaan telen nodig hebben voordat je je hele tuin vol mest stort. Daarnaast bestaan er vele soorten mest. Als je een teeltplan maakt kun je meteen gaan bepalen welke mestsoort er per perceel verwerkt moet worden.

Een overzicht.
Paardenmest of koeienmest (minstens 2 tot 3 jaar verteerde) vlas/stro. 100 kg geeft 10 tot 12 kg stabiele humus.
Kompost (Keuken en tuinafval) 100 Kg geeft 12 kg stabiele humus.
Champignonmest (meestal paardenmest met stro gemengd, waarop teelt v/d champignons werd toegepast) 100 Kg geeft 10 Kg stabiele humus. (Bevat veel zouten en weinig bruikbare voedingsstoffen).
Bladaarde (Meestal zuur)
Veenmos (Zuur), weinig ecologisch verantwoord
Groenbemesters: vb. : mosterd, rogge, granen, klaver, bladrammenas, gele lupine,… Aanvullende elementen kunnen makkelijk toegevoegd worden met korrel’mest’stof. (Stikstof, Kalium, Fosfor, Magnesium, Calcium, Zwavel,….). 
Nadeel soms: zorgt snel voor overbemesting. Snelle ophoping van zouten (geeft wortellekkage tot gevolg). Opletten in serres.(Opstapeling gebeurt hier nog sneller, geen uitregening hier)
Spoorelementen : ijzer, mangaan, ….
Beendermeel: bevat veel stikstof en fosfaat
Bloedmeel: bevat veel stikstof en fosfaat Beter is deze toch ietwat achterwege te laten met de BSE toestanden. Daar er nog geen bewijs of uitsluitsel over gegeven werd qua toepassing.
Zeewiermeel: bevat veel stikstof en kaliumcarbonaat.
Kali: bevat stikstof en fosfaat en kaliumcarbonaat.
Houtasse: over ’t algemeen van berkenhout bevat vooral kaliumcarbonaat.
Anorganische of scheikundige bemesting: bijsluiter altijd aandachtig lezen, omwille de hoge concentraties.

Alternatieve aanvullingen
Lichte bemesting door middel van groenbemesters of vlinderbloemigen. Mosterd (of andere), word al eens aangeplant als groenbemester. Zodra de plant een hoogte van 20 cm heeft bereikt word deze ondergespit en als het ware gecomposteerd. Deze onttrekken zeer weinig stikstof aan de bodem (voor de omzetting), daar de planten geen sterke vezels bevatten. Op deze manier verkrijg je een gesloten kringloop, daar alle nutriënten terug in de bodem komen. Wat in een moestuin anders niet het geval is, daar de groenten worden geconsumeerd en niet gecomposteerd.
Soms ook worden vlinderbloemigen geteeld. Deze laten stikstofknolletjes achter in de bodem. Ze worden aangemaakt door de plant ondergronds, en dit in samenhang met bacteriën die in ‘symbiose’ leven met deze. (Stikstofbinding vanuit de lucht die gebonden word). Wanneer je dan een aanplanting doet binnen de 6 maanden, kan je deze N2 knolletjes benutten als ‘meststof’.

Op de tuincomplexen van de BAT kopen we in veel gevallen collectief mest in. Stalmest en champignonmest. Door te spitten in voren van anderhalve spa diep werken we die verse mest onder de leeflaag (zie het hoofdstuk spitten) waardoor de mest in de grond composteert. Het jaar daarop spitten we die verteerde laag weer in de leeflaag van de vorige voor zodat deze zijn werk als verteerde humus kan gaan doen. Door dit proces elk jaar te herhalen krijg je op den duur zeer vruchtbare grond.

Over verse stalmest valt niet veel meer te vertellen dat het ongeschikt is als bemester omdat het eerst nog moet verteren. Daarom kun je de verse mest beter opslaan op de tuin of op de composthoop om die vertering te laten plaats vinden. Daar staat twee tot drie jaar voor. In de compostbak gaat het verteringsproces wel sneller maar hou die periode van twee tot drie jaar maar gerust aan. Champignonmest is een ander verhaal. Die is al verteerd maar daar kleven ook wat nadelen aan.

Champignonmest

Bron: De Tuinier, mededelingenblad van de B.A.T.
Informatie overgenomen uit edities voorjaar en zomer 2003
Wat is het ?
Champignonmest is geen mest van champignons ! 
Champignons worden gekweekt op paardenmest die met kippenmest plus kalk werden gecomposteerd. 
De mest wordt bedekt met een laagje zand. Daarop worden de champignonsporen gezaaid.
Na de oogst wordt deze sterk verteerde mest te koop

Nog nadampende champignonmest.
Nog nadampende champignonmest.

aangeboden als bodemverbeteraar en bemester: vaak onder namen als champost en kampernoliemest.

 Eigenschappen: Champignonmest verhoogt de PH in de bodem, het werkt alkalisch. Afhankelijk van uw situatie werkt dit in je voor- of nadeel:
Voordelen
- champignonmest is redelijk evenwichtig
- een kalkrijke meststof
- lijkt op compost met korte structuurweefsel
- licht gewicht
- makkelijk te verdelen
- makkelijk onder te werken
- goed verteerd
- werkt alkalisch, goed voor gronden met een lage ph (zure gronden)
- vrij van onkruidzaden

Nadelen
- voor de teelt van champignons wordt de mest met chemische middelen ontsmet; 
men kan zich vragen stellen over de achtergebleven residu’s in de mest
- in de champignonteelt worden verschillende schimmeldodende en insectendodende middelen gebruikt
- werkt alkalisch, op een grond met een hoge ph niet gebruiken!
- verse champignonmest veroorzaakt groeiremmingen bij jonge planten. Men kan best de mest nog enige maanden op een hoop laten narijpen
- bevat wisselende concentratie aan zouten, niet gebruiken voor zoutgevoelige gewassen
- bij gebruik in het gazon kunnen later ‘storende’ paddestoelen groeien

Groot assortiment DCM producten. Voor elke plant een speciale meststof.
Groot assortiment DCM producten. Voor elke plant een speciale meststof.

Een bemesting van een totaal andere orde is precisie bemesting met speciaal geselecteerde stoffen voor verschillende soorten groente. Zo heeft DCM bijvoorbeeld een uitgebreid en toegespitst programma meststoffen op zuiver organische basis voor alle soorten groente, fruit en aardappelen. Het kost wel wat maar hiermee kun je heel gericht  je tuin bemesten voor goede resultaten. Naast DCM zijn er natuurlijk meer leveranciers van meststoffen maar met DCM heb ik in ieder geval zeer goede ervaringen.

Tot slot wil ik benadrukken dat voor elke tuinder het uiteindelijk toch op zijn/haar eigen manier zal gaan doen. Je zal zien dat de resultaten met jou eigen keuzes de beste zijn en je maakt vanzelf een mix van alles wat je hier leest en op de tuin van je medetuinders hoort. Iedereen zal zo zijn eigen weg vinden maar het is vooral belangrijk dat je begrijpt dat plantjes niet vanzelf groeien.

Voor de liefhebbers heb ik twee documentaires uitgezocht die wat dieper ingaan op bemesting van de teeltgrond. Een hele mooie is deze van Rebecca Hoskin. Het is een BBC documentaire uit 2009 over de wereldwijde voedsel- en landbouwcrisis die aanstaande is.

Rebecca Hosking, een boerendochter die documentaire-filmer werd, gaat in op het energiegebruik in de landbouw, dat in de komende jaren kritiek zal worden, zonder in paniek te vervallen. Aan de hand van voorbeelden in Engeland verkent ze de mogelijke perspectieven, zoals een milieuvriendelijke land en tuinbouw die ons leven zou kunnen veranderen. Ze kiest ervoor om terug te keren naar de boerderij waar ze opgegroeid is en gaat die van haar vader overnemen. Maar hoe gaat ze boeren? Er komen wetenschappers van naam aan het woord: Patrick Whitefield, Rob Hopkins, Rosie Boycott, Richard Heinberg, Tim Lang e.a.. Niet alleen permacultuur-enthousiastelingen komen hier aan hun trekken: elk weldenkend mens kan zijn/haar voordeel doen met deze documentaire.
Nederlands ondertiteld

Een andere belangrijke documentaire is ‘Dirt’ (grond). Deze sterke film is helaas niet Nederlands ondertiteld maar voor wie een beetje Engels verstaat is hij al goed te volgen. Hierin gaat men dieper in op de betekenis van grond en hoe je met die grond om zou moeten gaan.

Van kool tot zuurkool

Zuurkool maken is een dankbaar en smakelijk proces dat eigenlijk uit twee delen bestaat. In eerste instantie het telen van geschikte kolen en in tweede instantie het verwerken van de witte kool tot zuurkool.

DCIM100MEDIAWe beginnen bij het begin. Je hebt geschikt zaad en een zaaibakje en dat bakje zet je medio Maart onder glas, in de kas of koude bak, en met een beetje warmte begint het al na een paar dagen te kiemen.  Als de jonge plantjes twee echte bladeren hebben (vier inclusief kiemblad) kun je ze gaan oppotten.

DCIM100MEDIA

Ik gebruik daar een potjespers voor. In het filmpje hieronder kun je zien hoe dat werkt. De potjes gaan in een bak en die gaat weer terug in de kas.

DCIM100MEDIA

Met tal van andere plantjes staat de kool voorlopig in de kas en in die periode leer je waar de uitdrukking ‘groeien als kool’ vandaan komt. De koolplantjes winnen de groeiwedstrijd ruimschoots van hun concurrenten.

DCIM100MEDIAZo rond Mei (ik hou altijd de IJsheiligen als kalender aan) kunnen de plantjes, die dan al behoorlijk fors zijn, de volle grond in. Om te voorkomen dat de duiven alles opvreten doe ik er in het begin nog even een plastiektunnel overheen zetten. Dat helpt ook goed bij een vorst-verrassing. Ik plant altijd meer kool dan ik voor de zuurkool nodig heb, want het komt toch wel op. Op deze wijze weet ik zeker dat ik aan mijn gewenste kilo’s kom. Ik reken zeven kilo kool voor één vat zuurkool en omdat ik twee vaten vul heb ik dus 14 kolen van ten minste een kilo nodig. Maar het kan zomaar gebeuren dat je kolen van vierenhalve kilo krijgt en ik heb er al eens een gehad van bijna zeven kilo.

DCIM100MEDIA

In deze oogst had ik ruim 20 kilo kool. Veel meer dan ik zelf kon eten en daarom kon ik er wat vrienden blij mee maken. Wat ik niet nodig had kon ook verwerkt worden tot een mooie basis voor een heerlijke Aziatische rijstschotel en weet ik wat allemaal niet meer. De geoogste kolen moeten een week op het land blijven liggen om af te sterven. Daarna kun je ze pas verwerken.

Het recept

zuurkool-recept-724x1024
Klik op de afbeelding om de pagina te vergroten zodat deze leesbaar wordt. Je kunt hem dan ook downloaden.

De bereidingswijze

Klik op de afbeelding om de pagina te vergroten
Klik op de afbeelding om de pagina te vergroten
Klik op de afbeelding om de pagina te vergroten.
Klik op de afbeelding om de pagina te vergroten.

 

 

Aardappels oogsten en bewaren

belt-1

Nu de aardappels weer van het land af komen dient zich meteen ook een probleem aan. Waar laat je zo’n lading eetbaar goud? Je kunt ze in kisten of manden doen en thuis op een donkere, koele, plaats bewaren maar je zal zien dat de aardappelen beginnen te spruiten rond November-December en na die tijd worden ze steeds slapper en minder smakelijk.

Er is en oude boeren methode om aardappels op het land te bewaren. In de zogenaamde ‘aardappelbelt’. Aardappels worden dan niet ingekuild, maar ‘opgekuild’. Bovenop het maaiveld. Hoe dat werkt zie je hieronder. Uit eigen ervaring blijkt deze methode het beste te zijn van alle andere methodes, als je tenminste af wil zien van het gebruik van ‘anti-spruit’ chemicaliën.

doorsnede

Op bovenstaande tekening zie je een dwarsdoorsnede van een aardappelbelt. De aardappelen worden op de grond gestort en afgedekt met stro. Daarna schep je er een dikke laag aarde tegenaan die je rondom de aardappelbelt uitgraaft zodat er meteen een soort van mini gracht ontstaat waarmee je het overtollige regenwater op kunt vangen en zelfs af kan voeren zodat je aardappelen niet nat worden en gaan rotten.

belt-2Je stort je oogst gewoon op de vrijgekomen grond en dekt die berg af met stro. Het mooiste is als je over lange ongebroken stro-stelen kunt beschikken waardoor de afwatering onder het zand optimaal is. Wij verkregen dat ongebroken stro door ons graanveldje met de hand af te maaien en met de hand te dorsen (zie het artikel over graan telen op de Overkroeten-site). In dit hoofdstuk tref je tevens alle informatie over onze ervaringen met eigen graan.

belt-3Als je al het stro rond de aardappelen hebt getast krijg je een soort kleine hooiberg en zie je geen enkele aardappel meer liggen. Dit dient ter isolatie van de aardappelberg eronder. Het stro zorgt voor voldoende ventilatie en isolatie voor zomer en winter. Als je daarmee klaar bent kun je je schep in de grond zetten om een geul rond de aardappelbelt te gaan graven en de uitgegraven kun je vervolgens tegen het stro aan leggen. graaf de geul in een ruime cirkel rond de berg want je hebt ruimte nodig om de grond op te leggen.

belt-4

Als dat gedaan is ziet de aardappel belt er zo uit. Er zit dan een dikke laag grond om het stro heen van zo’n 10 tot 15 cm.

belt-5

Met je hand graaf je een gat uit dat net groot genoeg is om er je hand doorheen te kunnen steken om er aardappelen uit te kunnen halen. Je zal zien dat het moeite kost om door de strolaag heen te graven.

belt-6Het gat dicht je af met een dot stro en daar leg je dan een dikke kluit grond op. Nu kunnen de aardappelen bewaard worden tot de volgende aardappeloogst. In de winter is het in de belt warmer dan buiten. Dat komt enerzijds door de isolerende werking van het stro maar ook omdat de aardappelen warmte vasthouden. Het kan buiten 20 graden vriezen en in de belt net boven nul zijn. Dat was een ervaring die ik opdeed in de winter van 2011.

DCIM100MEDIA

Op de bovenstaande foto zie je een dwarsdoorsnede van een aardappelbelt in het voorjaar. Sommige aardappels zijn gaan spruiten maar onderin zijn de aardappels nog steeds van perfecte kwaliteit. We hebben er toen frieten van gebakken omdat de volgende oogst er al weer aan zat te komen.

Muizen houden van aardappelbelten en reken er maar op dat er een aantal in zullen zitten. Ze doen zich tegoed aan de warmte en de aardappelen maar eten nooit zoveel als jij.

aardappel

Op de bovenstaande foto zie je een van de aardappelen waar muizen zich tegoed aan hebben gedaan. In totaal waren dat er maar een paar. Dus de schade valt enorm mee.

Woelmuis op Plaswijk

Cees
Cees van Hengstrum

Tuinder Cees van Hengstrum (complex Plaswijk) verraste ons op een bijzonder filmpje dat hij maakte van een muis in zijn compostbak. Het betreft hier een woelmuis die het prima naar zijn zin heeft tussen de compost en de verse aanvoer goed weet te waarderen. Cees, bedankt voor dit erg leuke, en knap gemaakte, filmpje.

 

Interview met Willy Willemsen

Vanaf 1995 tot en met 2013 bestuurde hij de BAT met ongeremde passie en overgave. In zijn regeerperiode veranderde de vereniging van een stille wroetende club op de achtergrond naar een bruisende vereniging in het Bredase. Van lege tuinen tot lange wachtlijsten. Het was niet makkelijk om het hele verhaal in 10 minuten film te persen maar het geeft wel een indruk van een tijdperk tuinieren in Breda met Willy Willemsen aan het roer. Met elf tuincomplexen en meer dan 550 leden is de BAT een club van betekenis geworden.