Categoriearchief: Kruiden

Kruiden kweken

bieslook1Bieslook

Allium schoenoprasum, bieslook en ook wel pijpgras genoemd, komt voor in het grootste deel van het noordelijk halfrond. Het werd 300 jaar v. C. door de Chinezen al gebruikt en in cultuur gebracht. In oude kruidenboeken staat vermeld dat het ‘te veel genuttigd slapeloosheid en troebele ogen veroorzaakt’. Men beweerde ook dat het dronkenschap verdrijft èn aanspoort tot onkuisheid. Het kruid bevordert eetlust en spijsvertering, werkt vochtafdrijvend en heeft naast vitamine A en B  een hoog gehalte aan vitamine C.
Bieslook behoort tot de lelieachtigen en is familie van de ui en knoflook. De polvormige vaste plant heeft een hol, buisvormig blad, wordt van 15 tot 50 cm hoog en bloeit van tot augustus met lilapaarse, bolvormige bloemen. Het kruid kan vanaf eind maart, begin april worden gezaaid in een wat kalkrijke, goed bemeste, vochtige grond, zowel op een zonnige als op een schaduwrijke plek.

De zaailingen kunnen in kleine bosjes worden uitgezet met een plantafstand van zo’n 20 cm. De plantjes mogen niet dieper worden uitgeplant dan ze hebben gestaan en moeten goed vochtig worden gehouden. Bieslook kan ook makkelijk in een bloempot op de vensterbank of het balkon worden geweekt. Het schijnt dat koffiedik een goede meststof is voor bieslook.

Vermeerderen kan ook door in het voorjaar flink uitgegroeide planten te scheuren. Bieslook kan ongeveer vier jaar op dezelfde plaats blijven staan. Het oogsten kan al zodra de plantjes ± 20 cm hoog zijn. Ze hebben een zachte uiensmaak en naast vitamine A en B een hoog gehalte aan vitamine C. Door tijdens de bloeiperiode de bloemetjes te laten zitten, verliest het kruid een deel van z’n kracht.

Als keukenkruid
Fijngesneden blad is lekker in salades, ragouts, sauzen en dressings. Door het mee te koken verdwijnt de smaak, ook gedroogd verliest het snel z’n aroma. Het kan fijngesneden, verpakt in een plasic bakje of zakje, heel goed worden ingevroren. Bloemen kunnen worden gebruikt als garnering van gerechten.
Variant
Chinese bieslook (chin suàn) heeft grasachtig, plat blad. Het lijkt erg veel op gewone bieslook, maar het heeft een zachte knoflooksmaak, waardoor het kan dienen als vervanger van knoflook. Het kan ook zelf worden gezaaid (winterhard). Chinese bieslook kan wel worden meegestoofd. En ingevroren. Het is als groente in bosjes te koop in toko’s.

Lavas

lavas

 

Lavas (Levisticum officinale) ook wel maggiplant genoemd, is een makkelijk te houden overblijvend kruid en behoort tot de familie der schermbloemige. De rechte, holle stengels kunnen wel twee meter hoog worden. Het diepgroene, tegenoverstaand dubbel geveerde blad is enigszins getand. Lavas bloeit van juni tot augustus met kleine groengele bloemschermen en heeft een lekkere, kruidige geur. Het blad heeft een vrij sterke, op selderie (maggi) lijkende smaak.

lavas2

Het is vaak moeilijk planten te vinden die op halfschaduwplekken goed gedijen. Lavas verdraagt zo’n plek heel goed. Het verlangt wel een goed doorlatende, voedzame, vochtige grond om het wel 10 tot 15 jaar op dezelfde plek uit te kunnen houden. Om mooie, gezonde planten te krijgen zijn twee mestgiften per jaar nodig, de eerste eind april en de tweede eind mei.
Het zelf zaaien van lavas kan in goed bemeste grond in maart of in augustus. Na het zaaien moet de grond goed vochtig worden gehouden. Het zaad kiemt na ongeveer 3 weken. In augustus gezaaide plantjes kunnen het voorjaar daarop worden uitgeplant. Jonge planten (van 2 tot 3 jaar) kunnen gescheurd worden, oudere planten niet meer. In het voorjaar loopt de plant met verschillende scheuten opnieuw uit. Dit is beste tijd om de plant te scheuren. Het bovengrondse deel sterft in de winter af.
De blaadjes zijn lekker in soepen, ragouts, gemengde salades en bij geroosterd vlees. Stengels kunnen worden meegekookt bij het maken van sauzen, soepen en stoofgerechten. Het zaad kan in brood worden meegebakken of gebruikt worden bij het inleggen van bijvoorbeeld augurken. In stukjes gesneden stengel kan net als engelwortel worden gekonfijt.

Het kruid kan worden gedroogd, maar vers is de smaak van lavas lekkerder. Het werkt vochtafdrijvend. Aftreksels van de wortelstok helpen tegen maagpijn en spijsverteringsstoornissen (het opgeblazen gevoel…).

Bonenkruid

bonenkruid2Bonenkruid is een aromatisch ruikend tuinkruid met van juli tot oktober paarse bloemen.
Bloeit in: juli, augustus, september, oktober; In meest voorkomende kleur(en): paars, soms rood of wit
Bonenkruid is een lipbloemige, die net als basilicum tot de familie der Labiaten behoort. Het is een eenjarig plantje, dat ± 10 tot 25 cm hoog wordt. De blaadjes zijn smal, leerachtig en tegenoverstaand met een lengte van zo’n 10 tot 30 mm.
De blaadjes van deze plant kunnen met een gerecht worden meegekookt.
En bij het koken van bloemkool en andere koolsoorten helpen een paar blaadjes om de ‘kooklucht’ te verminderen. Bonenkruid geeft helderheid, vitaliteit en stimuleert de spijsvertering.

bonenkruidEr zijn 2 soorten Bonenkruid:
1) Satureja hortensis: éénjarig bonenkruid (fijne soort met lange smalle blaadjes), deze blaadjes hebben een naar peper neigende smaak en geuren aromatisch.
2) Satureja montana: doorlevend bonenkruid (variant met een iets sterker aroma en donkerder blad)
Eenjarig bonenkruid: vanaf april-mei kan men dit plantje zaaien in huis of in de hobbyserre, niet te dicht zaaien, anders krijgen we een opgeschoten, broze plant, voldoende licht en geen te hoge temperatuur is de ideale omgeving voor onze plant. Wanneer de kans op vorst geweken is op een afstand van 20 cm uitplanten in volle grond. Men kan het ook ter plaatse zaaien in open lucht (15 tot einde mei) om ze nadien uit te dunnen of te verplanten. Op een organisch bemestte grond krijgt men zeker de nodige blaadjes.
Het plantje sterft af bij het intreden van de eerste nachtvorst.
Doorlevend bonenkruid (keukenkruiden die meerdere jaren overleven) kan men zaaien vanaf april en daarna uitplanten ofwel gaat men het doorlevend bonenkruid stekken in de zomer.
De afstand bij het uitplanten is ongeveer 20 à 30 cm. liefst op een zonnige, humusrijke en voedzame plaats. Het plantje kan moeiteloos overwinteren mits enige beschutting bij strenge vorst. Regelmatig insnoeien is bevorderlijk voor de frisheid van de plant.

Bonenkruid kan men ook drogen of invriezen, wat de smaak weinig of niet beïnvloed. Het beste tijdstip voor deze behandeling (drogen, invriezen) situeert zich juist voor of tijdens de bloeiperiode (krachtigst).
Gebruik in de keuken 
Het ietwat pikante bonenkruid maakt zwaar voedsel beter verteerbaar. Denken we hier vooral aan gerechten met als hoofdingrediënt de gewone tuinboon, erwten en andere peulgerechten, vandaar ook de naam bonenkruid.
Het kruid kan helemaal alleen gebruikt worden als smaakmaker.

Het kruid is vooral in zijn nopjes wanneer het meegekookt wordt, dit in tegenstelling tot de meeste andere kruiden, omdat het hierdoor ten volle zijn smaak en geur afgeeft. Keule zoals dit kruid in de volksmond genoemd wordt misstaat ook niet in een visgerecht (vette vis), bij varkensvlees ook in groetensalades kan men het er op wagen, dit echter in een zeer kleine hoeveelheid. Hou je niet van de sterke geur van groene kolen of spruitjes, kook dan gerust een blaadje bonenkruid mee, en weg is de geur!

Dragon

dragon
Dragon (Artemisia dracunculus) is een plant uit de composietenfamilie (Asteraceae). De plant wordt toegepast als kruid dat vooral bekend is uit de klassieke (Franse) keuken. Dragon heeft een bittere, peperachtige anijssmaak. Het is vooral bekend uit klassieke sausen zoals bearnaise, maar wordt ook vaak gebruikt in vinaigrettes en mosterd. Dragon is afkomstig uit Centraal-Azië en wordt sinds de middeleeuwen culinair gebruikt in West-Europa. Zowel de blaadjes als de bloemen zijn eetbaar.
Dragon vormt een bestanddeel van de fines herbes, een kruidenmengsel dat vaak gebruikt wordt om soepen, eieren en boter op smaak te brengen.
Van de bloemen en de blaadjes kan een thee getrokken worden die de werking van de nieren ondersteunt.
Dragon bevat de stoffen estragol en methyleugenol, die bij dierproeven en ander onderzoek gentoxisch blijken te zijn en daarmee mogelijk kankerverwekkend. Of dragon ook kankerverwekkend is moet uit nader onderzoek blijken.

 

GEBRUIK:
De topjes en de losse blaadjes van de liefst niet bloeiende plant.
KWEKEN:
Scheur de planten en plant ze in het voorjaar in volle grond, 40 cm van elkaar op een droge, zonnige plaats. Het is een overblijvende plant.
OOGST:
In het voor- en najaar, maar ook ’s zomers.
BEWAREN:
Diepgevrogen en gedroogd.
TOEPASSEN:
Kleingesneden in kippen-, tomaten-, bonen- en erwtensoep, eiersalade en koolsalade. Ook lekker op visgerechten.

Oregano

oreganoWilde marjolein (Origanum vulgare) is een meerjarige, winterharde kruidachtige plant. De plant wordt 30 tot 60 cm hoog. De bladeren zijn ovaal, puntig, gaafrandig en donkergroen. De bladeren smaken naar peper. Oregano bloeit van Juli tot September met witte of roze bloemen. Wanneer de marjolein bloeit wordt hij massaal bezocht door de bijen. Oregano is algemeen te vinden in Zuid-Limburg, naast wegen en bosranden. Het is in Nederland en België een beschermde plant.

oregano2Echte Marjolein (Origanum Marjorana) komt zelden verwilderd voor. Deze plant wordt veelvuldig in tuinen gekweekt. Het is een half winterharde plant. De bloemen van Marjolein zijn wit of licht rood. De bladeren zijn middelgroen en aan beide zijde grijsviltig behaard. De stengel is recht tot slap, harig, rond en groen met rode spikkels. De plant heeft horizontale wortelstelen waar ze de grond raken.

 

Zelf Oregano / Marjolein kweken.
Plaats. 
De plant groeit het beste in de volle zon, maar ze hebben ’s middags schaduw nodig. 
Grond. 
De grond moet goed gedraineerd, wat droog, alkalisch en rijk aan voedingsstoffen zijn. In tegenstelling tot de meeste andere kruiden uit dezelfde familie, heeft marjolein een sterkere smaak als deze op rijke grond op groeit. 
Vermeerderen 
Zaaien in de lente (ontkieming kan langzaam zijn). Winterharde meerjarige soorten kunnen gesplitst worden in de lente of zomer. Neem wortel- of stengelstekken van late lente tot midzomer. 
Kweken. 
Uitdunnen of verplanten op 30 tot 45 cm afstand. Snoei marjoleintakken met twee derde terug voordat ze vanwege de winter afsterven. Als de plek niet te winderig is, laat dan zaadkoppen liggen als voer voor de vogels. Marjolein kan binnenshuis gekweekt worden. 
Pluk de jonge bladeren indien gewenst.