Categoriearchief: Grond en bodem

Niets groeit zomaar. Je zal je grond moeten bemesten. Hier lees je alles over alle mogelijk denkbare vormen van bemesten.

Het wonder van lavameel

Het SEER is een Schots project die het gebruik van gesteentemeel – rock dust – actief promoot.

rock-dust

Gesteentemeel, in dit geval ‘Rock-dust’, maar er zijn vele soorten gesteentemeel in de handel te verkrijgen waarmee de bodem van je tuin verbeterd kan worden.

Bodem verbetering

Bread-from-Stones-Julius-Hensel
Julius Hensel

Breng Uw Bodemvruchtbaarheid Terug Op Niveau
Een groot probleem met de hedendaagse gronden is een tekort aan mineralen. Door jarenlange eenzijdige NPK-bemesting, door enkel groenten te oogsten en te weinig terug te geven, is de bodem leeggehaald.
Het resultaat is niet direct zichtbaar omdat de groei van de planten nog goed is. Dit komt omdat de meeste mineralen bij planten geen levensbelangrijke functie vervullen. Via bemesting worden de belangrijkste groeistoffen – stikstof, fosfor, kalium, magnesium, calcium en zwavel – aangeleverd. Hierdoor lijkt het alsof onze planten alles krijgen wat ze nodig hebben.
Het zijn dieren – en dus ook mensen – die de overige 90+ sporenelementen wel nodig hebben. Uit onderzoek is gebleken dat het mineraalgehalte van ons hedendaags voedsel met gemiddeld 60% gedaald is ten opzichte van de jaren ’60. Het is trouwens voornamelijk na WO II, na de opkomst van kunstmeststoffen, dat het mineraalgehalte dramatisch gedaald is.
Maar ook hiervoor maakte men zich al zorgen over het dalende aandeel van mineralen in de bodem. Een uitstekend, vooruitstrevend boek uit 1894 van Julius Hensel – Bread from Stones (1894) – legt het nut uit van bemesting met gesteentemeel. In het begin van vorige eeuw werd er nog redelijk veel met gesteentemeel bemest, eens de kunstmeststoffen doorbraken was dit volledig gedaan.
Er zijn nochtans veel voordelen verbonden aan gesteentemeel. Na een bemesting met gesteentemeel is er een verhoogd aantal mineralen in de bodem. Hierdoor heeft de plant gemakkelijk toegang tot essentiële sporenelementen die niet gebruikt worden voor de groei, maar voor verdedigingsmechanismen, gezondere groei en betere fotosynthese.
Uit onderzoek is gebleken dat gronden die niet gespit worden en bemest worden met gesteentemeel tot 80% minder last hadden van ziektes en plagen. Dit wordt bereikt omdat de planten gezonder zijn en natuurlijker groeien door de combinatie van voldoende voedingsstoffen, betere grondstructuur en beter bodemleven.

Eifelgold is het beroemde lavameel uit de Eifel dat in grotere verpakkingen in de handel verkrijgbaar is. Hier een zak van 20 kilo.
Eifelgold is het beroemde lavameel uit de Eifel dat in grotere verpakkingen in de handel verkrijgbaar is. Hier een zak van 20 kilo.

Steenmeel wordt geproduceerd in groeves en kan zowel het hoofdproduct als een restproduct van bijvoorbeeld natuursteen vormen. Een bekend productiegebied van steenmeel is het Harzgebergte in Centraal-Duitsland.
Bij toepassing in het Schotse plaatsje Blairgowrie werden landbouwproducten geoogst die veel groter waren dan normaal. Uien ter grootte van een voetbal en aardbeien zo groot als appels wekten de interesse van wetenschappers.
In 1908 verscheen het boek Clean Culture – A New Soil Science van Sampson Morgan, een tuinbouwer die op dat moment al veertig jaar aan het experimenteren was met rotsmeel.
Morgan won in die tijd overal tuinbouwwedstrijden met zijn recordoogsten van ziekteresistente groenten en fruit. Morgan geloofde net als de Duitse bio-chemicus Dr. Julius Hensel, dat alle planten de stikstof uit de lucht opnemen en dat er in de bodem alleen voldoende lucht, mineralen, organische stof en vocht nodig zijn om gezonde gewassen te kweken.

En natuurlijk heeft onze vertrouwde leverancier ook gesteentemeel in het assortiment. In het bovenstaande filmpje zie je tevens nog tal van andere toepassingen van gesteentemeel en in dat filmpje zie je ook hoe je dat meel kunt verstuiven met een (goe-poeier) verstuiver.

gv_2011_11_nl
De poederverstuiver van DCM

Gereedmaken van perken
Gedurende het hele groeiseizoen hebben planten toevoer van voedingsstoffen nodig. Door lavameel toe te voegen, wordt de humusvorming bevordert wat leidt tot een versterkte vitaliteit en evenwichtigere gezondheid van bodem en planten. Gezonde grond, bevat een grote hoeveelheid essentiële voedingsstoffen, maar die zitten ‘vast’ in chemische verbindingen die moeilijk toegankelijk zijn voor de planten.
Door tijdens het groeiseizoen eenmalig lavameel toe te voegen creëert u een ideale voedingsbodem voor effectieve micro-organismen die voor de ontleding van dergelijke verbindingen zorg dragen.

Composthoop
Als compostversneller dient de composthoop met 10 kg. lavameel per m3 behandeld te worden. De composthoop dient vochtig te zijn, maar niet ál te nat. Te nat bevordert namelijk rotting, waardoor de compost gaat stinken. In té droge compost leeft bijna niets meer, daarin ontstaat ook geen kruimelige aarde.
Compost is een meststof die ontstaat d.m.v. een rottingsproces van allerlei organische afvalstoffen: uit de keuken (aardappelschillen, groentebladeren) de tuin (grond, bladeren, gras) die zonder meer op mekaar kunnen worden gedeponeerd. Af en toe wat snoeitakken erbij houdt het geheel luchtig, zodat de massa niet op een verkeerde manier gaat gisten en dus gaat stinken.
Men kan een composthoek in de tuin maken, maar ook een kant en klaarbak kopen. Tijdens een hete zomer kan het nodig zijn om af en toe wat vocht toe te voegen. Dit is noodzakelijk voor het fermenteren (zie onderaan deze pagina). Gooi nooit zaaddragend onkruid op de composthoop, hiermee helpt u alleen maar de kwaal te verspreiden.
Onze bodems verarmen meer en meer aan belangrijke mineralen. Door jarenlang gewassen te verbouwen en te oogsten, beginnen belangrijke voedingsstoffen te ontbreken. Minerale stoffen worden keer op keer aan de bodem onttrokken en worden niet meer aangevuld. In de moes- en siertuin: 20 kg. lavameel per 80 m². Daarnaast kan lavameel ook goed worden ingezet als beschermlaag tegen slakken.
Door het gebruik van lavameel kan men de volgende resultaten bereiken:

• Vitaminerijke groente met een veel langere houdbaarheid en intensere smaak.
• Verhoging van de opbrengst.
• Veelal is de groente eerder volgroeid en zodoende vervroegt de oogst.
• Betere weerstand tegen ziekten en plagen.
• Een rijk wortelgestel.
Het kan ondermeer worden toegepast in:
• De moes- en siertuin: 20 kg. per 60/80 m²
• Het gazon: 20 kg. per are
• De composthoop: 10 kg. per m3
• De veeteelt (paarden/kippen/koeien) en huisdieren.
• De bomenteelt (uitstekende bomenzand): 5 tot 10 kg. per boom
• De fruitteelt: 20 kg. per 50 m²
• Akkerbouwland: 800 – 1000 kg. per ha
• Kamerplanten: 1 eetlepel per pot
• Rozen en heesters: 0.5 kg. per plant
• Stallen: 250 gram per m²

Spitten

Toon spitten
Toon Mol (Overkroeten) in actie op zijn tuin.

Spitten is iets wat we al vele eeuwen doen. Meer dan een schep, een paar spierballen en een gezonde rug heb je er niet voor nodig. Het is zwaar werk maar het is verreweg de makkelijkste en beste manier om op een volkstuin de grond te bewerken. Spitten is nodig om intensive teelt mogelijk te maken. Al 10.000 jaar werken we de grond om voor een beter teeltresultaat. Maar de laatste jaren is er een discussie ontstaan over het nut van spitten en mogelijkheden met een vrij jonge vorm van teelt volgens de perma cultuur Zie ook de documentaire ‘Farm for the future’.
De meningen hierover lopen sterk uiteen. Met name de wat oudere tuinders zweren bij spitten. De jongere generatie lijkt meer te twijfelen en op onderzoek uit te willen gaan om ook de mogelijkheden van perma cultuur uit te testen. Op onze tuincomplexen wordt hier momenteel een levendige discussie over gevoerd tussen voor,- en tegenstanders. Die discussie gaan we hier niet voeren. We beperken ons tot een goede uitleg over een heel oude traditie in de moestuin die nog steeds veelvuldig wordt toegepast.

308.14L-1
De hak zoals we die vandaag de dag nog steeds kunnen kopen

Spitten is een heel oud begrip. De vroege boeren ontdekten dat het mogelijk was om zelf gewassen te telen door de grond los te maken met gereedschap. Ze gebruikten daarvoor speciaal gevormde boomtakken en rendieren geweien waarmee ze de grond los trokken. Hieruit ontstond, in de IJzertijd, gereedschap zoals de hak. De hak had al een beetje de vorm van een schep maar dan stond het blad haaks op de steel. Uit dit gereedschap ontstonden vele varianten zoals de ploeg en de schep. Vaak werden deze gereedschappen naast elkaar gebruikt door de boeren om hun grond zo los mogelijk te krijgen.

Hak_en_ploeg
Een voorbeeld van samengebruik van ploeg en handgereedschap om de grond zo los mogelijk te krijgen.

Het los maken van de grond gaf de boer de mogelijkheid om meststoffen, compost en humus in de grond te werken waardoor zeer vruchtbare grond verkregen werd waar vrijwel alles op wilde groeien. Zo kon hij gecontroleerd telen en zelfs gericht per gewassoort gaan bemesten. Dit doen we nu al 10.000 jaar. Echter de laatste decennia doen boeren dit op een zodanig industriële schaal, en bemesten ze de grond met chemische stoffen die de natuurlijke plantenvoeding moet vervangen, dat je je af kunt vragen of we ons zelf (en de aarde) niet aan het vernietigen zijn. Gelukkig begint dit besef al goed door te dringen en is dat besef er de reden van waarom mensen zich de laatste jaren zorgen zijn gaan maken over deze afstandelijke voedselcultuur. Het gevolg daarvan is dat steeds meer mensen een eigen tuin willen en dat wij nu wachtlijsten moeten hanteren op onze complexen.

Voor het spitten op de volkstuin kun je verschillende schoppen, spades en batsen gebruiken maar één schep springt overal bovenuit. Dat is de spade van Spear & Jackson die je op alle volkstuinen tegen komt.

0001Me
De veelal geprezen spade van Spear & Jackson

Het is zeer degelijk Brits gereedschap dat tegen een stootje kan en omdat je op een volkstuin enorm veel gebruik maakt van een dergelijk stuk gereedschap mag dat ook best iets meer kosten dan een schep van een tientje uit de voordeelbak van een bouwmarkt.

Zoals gezegd is spitten zwaar werk. Maar het is ook gezond. Mits je natuurlijk over een goede rug beschikt. Spitten wordt gezien als ‘tuinders fitness’ en wie snel buikvet kwijt wil raken kunnen we geen betere therapie voorschrijven. De eerste vraag die bij menigeen op zal komen zetten is waarom we eigenlijk spitten. Het antwoord is simpel. We spitten om een leeflaag te krijgen die zo goed verzadigd is van meststoffen, luchtigheid en humus dat de grond niet alleen uitstekend geroerd is voor een nieuw groei seizoen maar ook goed water op kan nemen en vast kan houden. Alles bevorderd de groei van je gewassen en zorgt ervoor dat de leeflaag ook echt leeft.
Het wemelt er van de kleine beestjes die hun werk in die laag voortzetten. Verteren en omzetten van grondstoffen die de planten nodig hebben. Insecten, bacteriën en schimmels zorgen ervoor dat de grond ‘leeft’ en ‘geroerd’ blijft waardoor planten beter kunnen groeien. Zonder te spitten wordt de grond erg vast en zal het leven erin afnemen. Alleen gewassen die juist die vaste grond nodig hebben, zoals granen, kunnen daar uitstekend in gedijen. Alle andere groente, die juist geroerde grond nodig hebben, niet, of nauwelijks. Wat er nog in wil groeien levert kleine, schrale, vruchten op die nauwelijks de moeite waard zijn om te oogsten.
Geroerde grond neemt ook makkelijker voedingsstoffen op dan vaste grond en houdt deze ook beter vast. Het uitspoelingsproces, veroorzaakt door regenval, verloopt trager dan op vaste grond die vaak te dicht is om voedingsstoffen goed op te kunnen nemen. Dus hoe losser de grond, hoe beter voor de meeste groente gewassen. Zonder elk jaar te spitten en meststoffen toe te voegen zal de grond vaster worden en op den duur verzanden en verschralen. Lees meer over bemesten in het artikel over bemesten op deze site.

6d4139f3-c906-4258-a297-c45e8ae6c8ef
Even een hele akker omspitten.

In vroeger tijd werd er ook gespit op akkers. Probeer je eens voor te stellen hoe dat was. Op het fotootje kun je zien hoe dat ging. Landarbeiders werkten zich een breuk om zo’n stuk grond met de schep om te spitten en waren hier soms weken mee bezig. Dan is een volkstuin van zo’n 150 tot 200 M2 maar een schijntje en begrijp je meteen waarom een boer blij is met een paard of een tractor.

 

DCIM100MEDIA
Een tuinfrees. In dit geval de beroemde Agria 1600 Z. Het meest populaire freesje van de volkstuinder

Maar voor de volkstuin is spitten nog steeds het beste alternatief. Je kunt ook gebruik maken van een tuinfrees, maar dan vermaal je de grond zodanig dat elke pier en duizendpoot die erin zit eveneens vermalen wordt en die heb je nu eenmaal heel hard nodig. Met spitten sneuvelen er ook altijd wel en paar maar de meeste blijven gewoon in leven.

resolve

Er zijn verschillende manieren van spitten. We behandelen de twee meest voorkomende. Het ‘keren’, of ‘omleggen’, en het ‘tassen’. De laatst genoemde methode is de meest intensieve maar ook meest succesvolle wijze van spitten op een volkstuin. De eerst genoemde methode is vooral snel uit te voeren en wordt verreweg het meest toegepast. Maar beide methodes komen ongeveer op het zelfde neer en dat is dat je de grond keert om deze los te maken, mest in te werken en om het bodemleven weer op gang te krijgen. Wat bovenop ligt komt onderop te liggen en tekens verleg je een voor zodat de grond niet op de zelfde plek terug komt. Op onderstaande tekeningen is te zien hoe dat werkt.

keren of omleggenMet keren, of omleggen, graaf je eerst een ‘voor’ en je legt alle aarde die daar uitkomt aan de kop van je ‘spit-vlak’. Dan keer je de volgende voor in de open gemaakte voor door elke schep met een omkerende beweging erin te kieperen. Dit herhaal je tot je uitkomt bij de laatst voor. Daar keer je de aarde die je apart gelegd hebt in en je bent klaar.
Je kunt mest en compost over het te spitten vlak leggen en dat meteen inspitten. Je moet er dan wel voor zorgen dat je volledig verteerde mest en compost hebt. Heb je die niet dan kun je er beter van afzien en gaan ‘tassen’.
tassen

Met tassen heb je even wat meer tijd nodig maar het is wel de beste manier van spitten op een volkstuin. Net als bij het omleggen graaf je eerst een voor. Nu anderhalve spa diep. De aarde die daar uitkomt leg je neer bij de laatste voor die je gaat maken. Dan leg je de bodem van de open voor eerst vol met takjes en ander tuinafval. Daar overheen wat verse mest en compost. Dan steek je de toplaag van je volgende voor af en legt die omgekeerd op de mest met tuinafval. Dan steek je met je schep de aarde onder de toplaag uit en keert die bij elke schep op de laag die je net hebt aangelegd. Daar schep je de laatste laag uit je nieuwe voor op en dit proces herhaal je tot je bij de laatste voor bent. De klaar gelegde aarde kan dan op exact dezelfde wijze in je laatste voor en je bent klaar.

De mest en compost kan op de bodem van je gespitte vlak verder composteren en die laag schep je het volgend jaar door de nieuwe voren heen als je weer gaat spitten. dit kun je elk jaar herhalen. Uiteindelijk zal je grond zo vruchtbaar zijn dat er zelfs een kei in zal gaan groeien. Bij deze methode zal je grond ineens een stuk hoger liggen dan de rest van je tuin. Dat komt door de laag tuinafval, takjes, compost en mest. Maar ook doordat de grond erg luchtig is.

Bemesten

Dolblij met zo'n berg stront. Verse stalmest om de tuin te bemesten.
Dolblij met zo’n berg stront. Verse stalmest, afgeleverd door een boer, om de tuin te bemesten op tuincomplex Overkroeten.

 

Je kunt een heel ingewikkeld verhaal afsteken over grond, maar aan het eind van het verhaal zie je door de bomen het bos niet meer en is je interesse om te tuinieren ver te zoeken. Daarom houden we het kort en simpel. Grond moet bewerkt en bemest worden om planten goed te kunnen laten groeien. Elk jaar opnieuw. Hierdoor verbeter je de ‘leeflaag’ en krijg je uiteindelijk goede teeltgrond.

De discussies over grond zijn oneindig. De een zweert bij het in cultuur brengen van de teeltgrond terwijl de ander juist de natuur haar werk wil laten doen. Feit is wel dat wanneer je grond gebruikt om er intensief op te telen dat je iets aan die grond terug moet geven om die gezond te houden. Dat doen we door bemesting. We brengen dan voedingsstoffen terug in de grond die verkregen zijn uit

proefvakken met groenbemesters om de exacte werking ervan te kunnen bepalen
proefvakken met groenbemesters om de exacte werking ervan te kunnen bepalen

compost, mest of groenbemesters (gewassen zoals rogge, klaver etc. die de grond verbeteren gedurende een bepaalde periode).

Alles draait erom dat we de leeflaag, de laag grond van zo’n 30 cm onder het oppervlak, luchtig houden, zodat planten er makkelijker en beter in kunnen groeien. Dat doen we door de grond regelmatig om te spitten en er mest doorheen te werken. We zorgen er dan voor dat er voedingsstoffen de grond in gewerkt worden en dat de losgemaakte grond makkelijk water op kan nemen en vasthouden. Bemesting van de grond zal daarvoor gaan zorgen. Zonder bemesting zal de grond op den duur verschralen en verzanden en zal er weinig op willen groeien doordat die grond steeds vaster en compacter wordt.

tekening leeflaag
Een schematische voorstelling van de leeflaag waar het allemaal om draait

 

Compost en mest dienen wel goed verteerd te zijn voordat je het in de grond kan werken. Als mest of compost nog ruikt is deze nog niet volledig omgezet door bacteriën en schimmels en dat komt het bodemleven niet ten goede.

Maar lang niet alle groenten hebben een lading mest nodig. Wortelen, bijvoorbeeld, doen het goed op losse wat armere grond, maar kolen willen juist goed bemeste grond en verlangen ook kalk. Het is dus aan te raden om eerst goed te bestuderen wat de gewassen die je wil gaan telen nodig hebben voordat je je hele tuin vol mest stort. Daarnaast bestaan er vele soorten mest. Als je een teeltplan maakt kun je meteen gaan bepalen welke mestsoort er per perceel verwerkt moet worden.

Een overzicht.
Paardenmest of koeienmest (minstens 2 tot 3 jaar verteerde) vlas/stro. 100 kg geeft 10 tot 12 kg stabiele humus.
Kompost (Keuken en tuinafval) 100 Kg geeft 12 kg stabiele humus.
Champignonmest (meestal paardenmest met stro gemengd, waarop teelt v/d champignons werd toegepast) 100 Kg geeft 10 Kg stabiele humus. (Bevat veel zouten en weinig bruikbare voedingsstoffen).
Bladaarde (Meestal zuur)
Veenmos (Zuur), weinig ecologisch verantwoord
Groenbemesters: vb. : mosterd, rogge, granen, klaver, bladrammenas, gele lupine,… Aanvullende elementen kunnen makkelijk toegevoegd worden met korrel’mest’stof. (Stikstof, Kalium, Fosfor, Magnesium, Calcium, Zwavel,….). 
Nadeel soms: zorgt snel voor overbemesting. Snelle ophoping van zouten (geeft wortellekkage tot gevolg). Opletten in serres.(Opstapeling gebeurt hier nog sneller, geen uitregening hier)
Spoorelementen : ijzer, mangaan, ….
Beendermeel: bevat veel stikstof en fosfaat
Bloedmeel: bevat veel stikstof en fosfaat Beter is deze toch ietwat achterwege te laten met de BSE toestanden. Daar er nog geen bewijs of uitsluitsel over gegeven werd qua toepassing.
Zeewiermeel: bevat veel stikstof en kaliumcarbonaat.
Kali: bevat stikstof en fosfaat en kaliumcarbonaat.
Houtasse: over ’t algemeen van berkenhout bevat vooral kaliumcarbonaat.
Anorganische of scheikundige bemesting: bijsluiter altijd aandachtig lezen, omwille de hoge concentraties.

Alternatieve aanvullingen
Lichte bemesting door middel van groenbemesters of vlinderbloemigen. Mosterd (of andere), word al eens aangeplant als groenbemester. Zodra de plant een hoogte van 20 cm heeft bereikt word deze ondergespit en als het ware gecomposteerd. Deze onttrekken zeer weinig stikstof aan de bodem (voor de omzetting), daar de planten geen sterke vezels bevatten. Op deze manier verkrijg je een gesloten kringloop, daar alle nutriënten terug in de bodem komen. Wat in een moestuin anders niet het geval is, daar de groenten worden geconsumeerd en niet gecomposteerd.
Soms ook worden vlinderbloemigen geteeld. Deze laten stikstofknolletjes achter in de bodem. Ze worden aangemaakt door de plant ondergronds, en dit in samenhang met bacteriën die in ‘symbiose’ leven met deze. (Stikstofbinding vanuit de lucht die gebonden word). Wanneer je dan een aanplanting doet binnen de 6 maanden, kan je deze N2 knolletjes benutten als ‘meststof’.

Op de tuincomplexen van de BAT kopen we in veel gevallen collectief mest in. Stalmest en champignonmest. Door te spitten in voren van anderhalve spa diep werken we die verse mest onder de leeflaag (zie het hoofdstuk spitten) waardoor de mest in de grond composteert. Het jaar daarop spitten we die verteerde laag weer in de leeflaag van de vorige voor zodat deze zijn werk als verteerde humus kan gaan doen. Door dit proces elk jaar te herhalen krijg je op den duur zeer vruchtbare grond.

Over verse stalmest valt niet veel meer te vertellen dat het ongeschikt is als bemester omdat het eerst nog moet verteren. Daarom kun je de verse mest beter opslaan op de tuin of op de composthoop om die vertering te laten plaats vinden. Daar staat twee tot drie jaar voor. In de compostbak gaat het verteringsproces wel sneller maar hou die periode van twee tot drie jaar maar gerust aan. Champignonmest is een ander verhaal. Die is al verteerd maar daar kleven ook wat nadelen aan.

Champignonmest

Bron: De Tuinier, mededelingenblad van de B.A.T.
Informatie overgenomen uit edities voorjaar en zomer 2003
Wat is het ?
Champignonmest is geen mest van champignons ! 
Champignons worden gekweekt op paardenmest die met kippenmest plus kalk werden gecomposteerd. 
De mest wordt bedekt met een laagje zand. Daarop worden de champignonsporen gezaaid.
Na de oogst wordt deze sterk verteerde mest te koop

Nog nadampende champignonmest.
Nog nadampende champignonmest.

aangeboden als bodemverbeteraar en bemester: vaak onder namen als champost en kampernoliemest.

 Eigenschappen: Champignonmest verhoogt de PH in de bodem, het werkt alkalisch. Afhankelijk van uw situatie werkt dit in je voor- of nadeel:
Voordelen
- champignonmest is redelijk evenwichtig
- een kalkrijke meststof
- lijkt op compost met korte structuurweefsel
- licht gewicht
- makkelijk te verdelen
- makkelijk onder te werken
- goed verteerd
- werkt alkalisch, goed voor gronden met een lage ph (zure gronden)
- vrij van onkruidzaden

Nadelen
- voor de teelt van champignons wordt de mest met chemische middelen ontsmet; 
men kan zich vragen stellen over de achtergebleven residu’s in de mest
- in de champignonteelt worden verschillende schimmeldodende en insectendodende middelen gebruikt
- werkt alkalisch, op een grond met een hoge ph niet gebruiken!
- verse champignonmest veroorzaakt groeiremmingen bij jonge planten. Men kan best de mest nog enige maanden op een hoop laten narijpen
- bevat wisselende concentratie aan zouten, niet gebruiken voor zoutgevoelige gewassen
- bij gebruik in het gazon kunnen later ‘storende’ paddestoelen groeien

Groot assortiment DCM producten. Voor elke plant een speciale meststof.
Groot assortiment DCM producten. Voor elke plant een speciale meststof.

Een bemesting van een totaal andere orde is precisie bemesting met speciaal geselecteerde stoffen voor verschillende soorten groente. Zo heeft DCM bijvoorbeeld een uitgebreid en toegespitst programma meststoffen op zuiver organische basis voor alle soorten groente, fruit en aardappelen. Het kost wel wat maar hiermee kun je heel gericht  je tuin bemesten voor goede resultaten. Naast DCM zijn er natuurlijk meer leveranciers van meststoffen maar met DCM heb ik in ieder geval zeer goede ervaringen.

Tot slot wil ik benadrukken dat voor elke tuinder het uiteindelijk toch op zijn/haar eigen manier zal gaan doen. Je zal zien dat de resultaten met jou eigen keuzes de beste zijn en je maakt vanzelf een mix van alles wat je hier leest en op de tuin van je medetuinders hoort. Iedereen zal zo zijn eigen weg vinden maar het is vooral belangrijk dat je begrijpt dat plantjes niet vanzelf groeien.

Voor de liefhebbers heb ik twee documentaires uitgezocht die wat dieper ingaan op bemesting van de teeltgrond. Een hele mooie is deze van Rebecca Hoskin. Het is een BBC documentaire uit 2009 over de wereldwijde voedsel- en landbouwcrisis die aanstaande is.

Rebecca Hosking, een boerendochter die documentaire-filmer werd, gaat in op het energiegebruik in de landbouw, dat in de komende jaren kritiek zal worden, zonder in paniek te vervallen. Aan de hand van voorbeelden in Engeland verkent ze de mogelijke perspectieven, zoals een milieuvriendelijke land en tuinbouw die ons leven zou kunnen veranderen. Ze kiest ervoor om terug te keren naar de boerderij waar ze opgegroeid is en gaat die van haar vader overnemen. Maar hoe gaat ze boeren? Er komen wetenschappers van naam aan het woord: Patrick Whitefield, Rob Hopkins, Rosie Boycott, Richard Heinberg, Tim Lang e.a.. Niet alleen permacultuur-enthousiastelingen komen hier aan hun trekken: elk weldenkend mens kan zijn/haar voordeel doen met deze documentaire.
Nederlands ondertiteld

Een andere belangrijke documentaire is ‘Dirt’ (grond). Deze sterke film is helaas niet Nederlands ondertiteld maar voor wie een beetje Engels verstaat is hij al goed te volgen. Hierin gaat men dieper in op de betekenis van grond en hoe je met die grond om zou moeten gaan.